Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 12.

eener school voor bepaalden tijd kan worden bevolen èii door gedeputeerde staten, den inspecteur van het lager onderwijs gehoord, èn door den koning, gedeputeerde staten gehoord.

Om!er 2°.

Krachtens art. 14 der wet van 4 I)ec. 1872 (Stbl. n°. 134,', mogen bewoners van huizen en vaartuigen, waarin een besmettelijke ziekte voorkomt, geen scholen bezoeken, dan na verloop van acht dagen nadat de ziekte, volgens schriftelijke verklaring van een geneeskundige, uit die huizen of vaartuigen geweken is.

Onder H°.

Naar aanleiding van bedenkingen op blz. 68 van het 2» 1*. F., betoogde de regeering, dat een bepaling, waarbij wegzending van de school als tuchtmaatregel wordt erkend als een geldige reden van schoolverzuim, bezwaarlijk kan worden gemist. Een leerling toch, die door zijn gedrag het onderwijs van de anderen onmogelijk maakt, moet tijdelijk van de school verwijderd kunnen worden. Indien het mocht voorkomen, dat dergelijk wangedrag wordt aangewend als middel oin van den leerplicht ontheven te worden, zou zeker het gelasten van plaatsing in een tuchtschool mogelijk moeten zijn. Zulk een bepaling behoort intusschen niet in een wet op den leerplicht, en daarover kan eerst worden gedacht, wanneer het zeker is, dat tuchtscholen worden ingevoerd. (2f M. r. A.. blz. 81.)

De aanvankelijk opgenomen woorden „door het hoofd der school" zijn geschrapt ten gevolge van de opmerking, dat de bevoegdheid tot tijdelijke wegzending bij sommige bijzondere scholen niet wordt uitgeoefend door liet hoofd, maar door liet bestuur der school. (2* 1'. V., t. a. p.j

De heer Ketelaar stelde voor, in verband met dit derde nommer aan het artikel een nieuw lid toe te voegen van dezen inhoud :

.Een leerling mag als tuchtmaatregel niet langer dan vijf achtereenvolgende schooltijden van de school verwijderd worden zonder toestemming van den arrondissements-schoolopziener."

De voorsteller, hoewel het middel der wegzending van de school, omdat het kind zich niet ordelijk gedraagt, beschouwend als het uiterste waartoe een onderwijzer komen moet, kon zich toch de noodzakelijkheid daarvan voorstellen: maar als men met een ietwat opvliegenden onderwijzer te doen heeft, kon deze de kinderen wel eens wat spoedig in de wei sturen. Die vijf Schooltijden waren niet willekeurig gekozen; zij vormen een halve week, in welken tijd liet hoofd der school gemakkelijk den schoolopziener van de zaak op de hoogte gesteld en antwoord van hem ontvangen kan hebben. — Het amendement werd met 68 tegen 31 stemmen verworpen, nadat de minister aangevoerd had. dat de zaak voor de openbare scholen kon worden overgelaten aan de gemeentelijke verordeningen, en voor de bijzondere aan haar besturen; terwijl men bovendien ook eenig vertrouwen moest stellen in den onderwijzer. Zelfs een minder goed onderwijzer zal niet licht een kind van zijn school wegzenden, langer dan voor een paar dagen;

Sluiten