Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 19 en 20.

geeft, door den onderwijzer der klasse mede onderteekend". Deze bijvoeging maakte deel uit van het zooeven vermelde, aangenomen amendement van den heer Rink, die liet aanbeval op denzelfden grond. Terwijl met het oog op mogelijke strafvervolging de mededeelingen in kwestie de meest mogelijke waarborgen van nauwkeurigheid en betrouwbaarheid eischen, is de onderwijzer der klasse degeen, die het feit kent uit eigen wetenschap, getuigen kan het zelf te hebben waargenomen, en daaromtrent desnoods een verklaring in rechte kan afleggen. — De minister had zich voorgesteld hetzelfde te bereiken langs administratieven weg, op eenvoudiger wijze; door namelijk het vast te stellen model van de lijst zóó in te richten, dat bij elk aangeteekend verzuim blijken moet, dat ook de onderwijzer van de klasse het geconstateerd heeft. — De heer L o e f f, oordeelend dat de mededeelingen slechts een afschrift van de lijst kunnen zijn, verlangde de handteekening van den onderwijzer der klasse op de lijst zelve, en stelde een amendement voor in dien zin. Doch dit verviel door de aanneming van dat van den heer Rink. {Hand. II, blz. 1217 en 1223-27.)

Laatste lid.

Dit is aan het artikel toegevoegd, opdat hoofden van scholen, die de toezending der lijsten en mededeelingen enkele dagen vertragen of ze onvolledig inzenden, niet terstond strafrechtelijk vervolgd zullen worden. (M. r. A., blz. 43.)

„en mededeelingen". In verband met het vorige lid, zijn deze woorden ook hier opgenomen door een, zonder hoofdelijke stemming aangenomen amendement van den heer Rink. (Hand. II., blz. 2117 en 1227.)

Artikel 20.

§ 1. Zoodra de arrondissements-schoolopziener de lijsten, bedoeld in de artikelen 18 en 19, alsmede de kennisgevingen en opgaven, bedoeld in de artikelen 4 en 9 heeft ontvangen, gaat hij na, welke kinderen, die in den bij de artikelen 3 en 4 aangegeven leerplichtigen leeftijd vallen, niet op eene lagere school geplaatst of voor plaatsing aangegeven zijn en geen huisonderwijs genieten.

Blijkt hem bij zijn onderzoek, dat ten aanzien van een kind, bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf, een grond van vrijstelling ingevolge artikel 7 niet aanwezig is, dan maant hij den naar artikel 1 aansprakelijken persoon schriftelijk aan, zoo spoedig mogelijk aan de verplichting, hem bij de wet opgelegd, te voldoen.

8 2. Bevindt de arrondissements-schoolopziener, dat aan de bij de vorige paragraaf bedoelde aanmaning na veertien dagen nog niet is voldaan, dan wordt daarvan door hem zoo spoedig mogelijk kennis gegeven aan de commissie tot wering van schoolverzuim.

Sluiten