Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 21.

S 1

„mede deelin gen". Door een amendement van den heer Rink, hetwelk de minister overnam, is dit woord in de plaats getreden van „opgaven", ten einde overeenstemming in terminologie te verkrijgen met art. 19. [Hand. II. blz. 1228-29.) — Om diezelfde reden is in § 6 achter -lijsten" gevoegd .en mededeelingen".

„ot verschoonbaar maakt". Zie de aanteekening bij liet woord „verschoonbaar" in het derde lid van art. l(i.

§ 3. Tweede lid.

Dit is er bijgevoegd, omdat er (met het oog op de gevolgen, welke art. 23 aan de in deze paragraaf bedoelde aanzegging verbindt) zekerheid moet bestaan, dat de aanzegging door den belanghebbende ontvangen is. (2' M. v. A., blz. 82.)

§ 5. Eerste lid.

Verloopen na de aanzegging, d. i. na de laatste administratieve handeling, zes maanden zonder nieuwe overtreding, dan staat de nalatige weder op zuiver terrein, en moet ten aanzien van een latere overtreding. hetzelfde kind betreffend, opnieuw de administratieve behandeling van elk relatief schoolverzuim van den eersten stap af worden gevolgd. (M. v. A., blz. 36.)

Tweede lid,

„of de veroordeelde de boete vrijwillig heeft betaald". Deze woorden zijn ingelascht ten gevolge van een amendement van den heer Rink, omdat volgens de jurisprudentie van den hoogen raad vrijwillige betaling van een bij verstek opgelegde boete het vonnis niet in kracht van gewijsde doet gaan. — De m i n i s t e r, toegevend dat die jurisprudentie op dit punt wettelijke voorziening noodig maakt, meende nochtans, dat de zaak geregeld behoorde te worden bij een algemeene wet, geldend voor alle bepalingen, waarbij sprake is van onherroepelijke veroordeeling. — Toen echter de commissie van rapporteurs geen reden zag oiu in deze wet een fout te maken, die later bij een algemeene wet zou moeten worden hersteld, nam de minister het amendement over. (Hand. II, blz. 1228-29.)

„een jaar verstreken is". De heer Mackay stelde voor, den in het wetsontwerp genoemden termijn van „twee jaren" tot „een jaar" terug te brengen, omdat iemand, die vroeger wegens een overtreding veroordeeld is, doch daarna ten minste een geheel jaar trouw de wet heeft nageleefd, zoodat zijn kind zich in dien tijd aan geen schoolverzuim schuldig maakte, blijk heeft gegeven van goeden wil en niet langer behoeft beschouwd te worden als een hardnekkige wetsovertreder, op wien de strengere bepalingen voor recidive behooren te worden toegepast. — De minister wees er weliswaar op. dat alleen in liet uiterste geval de strafrechter tusschenbeide treedt, en dat het, als dit geschiedt en een veroordeeling is uitgesproken, verkeerd zou zijn zulke

Sluiten