Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 25.

Tweede lid.

„ten einde te onderzoeken", enz. Het afnemen van een examen door schoolautoriteiten, als toezicht op het huisonderwijs, is verplicht gesteld in Frankrijk en Beieren, terwijl aan die autoriteiten een bevoegdheid in den zin van dit artikel is toegekend in Pruisen, Baden, het koninkrijk Saksen en het kanton Bern. <M. v. A., blz. 45.) Van examens was de regeering geen voorstander: maar een beter middel om, zonder de vrijheid te veel te belemmeren, toch toezicht mogelijk te maken, was totnutoe niet aangewezen. In de practijk zullen examens slechts zelden' worden afgenomen; doch de wetenschap, dat de schoolopziener bevoegd is de leerlingen op te roepen, zal ongetwijfeld in vele gevallen van misbruik afschrikken. (.1/. v. A. le K-, t. a. p.)

„of hun voldoend onderwijs wordt verstrekt". Op een vraag van den heer de Savornin L o h m a n omtrent de beteekenis, welke hier het woord „voldoend" heeft, en welke maatstaf daarvoor zal worden aangelegd, antwoordde de minister, dat hij, indien een schoolopziener bij het onderzoek tot de slotsom komt, dat het kind naar zijn jaren behoorlijk kan lezen, schrijven en rekenen, het den ambtenaar in hooge mate euvel zou duiden, indien deze niettemin tegen de ouders ging ageeren, op grond dat liet toch met de kennis van aardrijkskunde, vaderlandsche geschiedenis, of wat dies meer zij. niet goed gesteld is. {Hand. II. blz. 1245 en 1248.)

Vijfde lid.

Dit is ingevoegd door een, met 68 tegen 9 stemmen aangenomen amendement van den heer Van Kamebeek. waarbij tevens een redactie-wijziging werd gebracht in het eerste en het tweede lid. Schriftelijk lichtte hij de bedoeling aldus toe, dat hij den kantonrechter eventueel een oordeel wilde voorbehouden over de vraag, of er gegronde reden was om aan het nauwgezet nakomen van de verplichting tot het geven van onderwijs ernstig te twijfelen. Het huisonderwijs moet veilig blijven voor inmenging van het schooltoezicht, die niet absoluut vereisclit wordt om ontduiking van den leerplicht te beletten. Alleen als aannemelijk kan worden gemaakt, dat zoodanige ontduiking in het spel is, behoort die inmenging te worden toegelaten. — Mondeling voegde de voorsteller er bij, dat volgens het amendement de schoolopziener, wanneer deze van zijn bevoegdheden gebruik maakt en wanneer de zaak voor den kantonrechter komt, in staat zal moeten zijn aan te toonen, waarom bij hem ernstige twijfel gerezen was, of de bewering, dat huisonderwijs werd gegeven, voorgewend werd tot ontduiking van de wet. — Weliswaar meende de m i n i s t e r, dat het doel, het instellen van een onderzoek zonder ernstige reden te voorkomen, op eenvoudiger en betere wijze kon worden bereikt door een bepaling, dat liet onderzoek niet mag worden ingesteld, tenzij met machtiging van den inspecteur. — Doch de heer Van Kamebeek handhaafde zijn amendement, omdat hij er de voorkeur aan gaf, dat over het objectieve feit der aanwezigheid van een wezenlijk grondige reden voor ernstigen twijfel niet definitief worde geoordeeld door ambtenaren van het schooltoezicht, maar door den rechter. (Hand. II, 1244-53.)

Sluiten