Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 27 en 28.

Eerste lid.

.van den kantonrechter, binnen wiens ambtsgebied is gelegen de lagere school, tot welker schoolbevolking het kind behoort". Betwijfeld werd, of hier terecht is afgeweken van de gewone regelen der competentie: delicten, als de hier bedoelde, bestaande in verzuimen, worden gepleegd ter woon- of verblijfplaats van den verzuimer. (T'. V., blz. 28.) — De regeering achtte dit minder juist in dien zin, dat de woon- of verblijfplaats van den verzuimer de éénige loens delicti wezen zou. Door vele schrijvers wordt aangenomen, dat in geval van verzuim locus delicti is zoowel de plaats, waar gehandeld had moeten worden, als die, waar de dader zich tijdens het verzuim bevond. Daarom was het gewenscht, hier een nadere aanwijzing te geven. Eationeel nu is het, dat overtredingen, in dit artikel gedoeld, behooren tot de bevoegdheid van den kantonrechter, binnen wiens ambtsgebied de school gelegen is. (M. r. A., t. a. p.)

Artikel 28.

De door den arrondissements-schoolopziener op zijn ambtseed afgelegde verklaring, dat uit de ingevolge artikel 19 aan hem overgelegde lijsten, aanteekeningen en overeenkomstig dat artikel opgemaakte mededeelingen blijkt, dat een kind op eene lagere school geplaatst is, dat een kind ambtshalve is ingeschreven, en dat een kind op in die verklaring aangewezen dagen en schooltijden, buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid van artikel 2, de school niet heeft bezocht, kan, voor zoover de bovenbedoelde feiten niet worden tegengesproken, een volledig bewijs van elke dezer omstandigheden opleveren.

De door den arrondissements-schoolopziener op zijn ambtseed afgelegde verklaring:

1°. dat ouders, voogden of andere in artikel 1 genoemde verzorgers hem niet op zijne aanvrage hebben verstrekt de inlichtingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid;

2°. dat ouders, voogden of andere in artikel 1 genoemde verzorgers een kind niet hebben onderworpen aan het volgens artikel 25, tweede, zesde of zevende lid, voorgeschreven onderzoek;

3°. dat bij een volgens artikel 25, zesde lid, voortgezet onderzoek niet van genoegzame verbetering blijkt;

kan een volledig bewijs van elke dezer omstandigheden opleveren.

Strekking van het artikel. Luidens het artikel, zooals het in openbare beraadslaging kwam en waarin toen de woorden „voorzoover de bovenbedoelde feiten niet worden tegengesproken" ontbraken, zou

Sluiten