Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artt. 28-30

komen), dan is liet toch zeker niet te veel gevergd, dat hij zich de moeite getrooste 0111 de feiten tegen te spreken. En ook als hij niet verschijnt, kan toch de rechter nog aanleiding vinden 0111 aan het procesverbaal niet de kracht van volledig bewijs toe te kennen. (M. r. A. 1< A'., blz. 396.)

Artikel 29.

De gemeenteraad is bevoegd bij verordening te bepalen, dat, onder bij die verordening te stellen voorwaarden, ambtenaren der politie gemachtigd zijn, een kind, dat zij gedurende de schooltijden op den openbaren weg aantreffen, te brengen naar het hoofd der school, tot welker leerlingen het kind behoort.

Het geldt hier een maatregel, die 0. a. in Pruisen als .zwangmreise Sistirung der Kinder zur Sehule" bekend is. Het is uit den aard deizaak een middel alléén tegen relatief schoolverzuim. Het kan dus slechts worden toegepast op kinderen, die tot de leerlingen eener school behooren, en heeft ten doel. dat zij naar het hoofd hunner school zullen worden geleid, opdat deze beoordeele, of het schoolverzuim gemotiveerd was. De maatregel moet eenvoudig liet karakter dragen van goede zorg; hij geldt daarom alleen ten aanzien van kinderen, die op den openbaren weg worden aangetroffen, en is bepaaldelijk tegen het straatslijpen gericht. Het doelmatigst scheen, de algemeene bevoegdheid in de wet vast te leggen, maar de uitwerking geheel aan de gemeentebesturen over te laten. Jlet allerlei plaatselijke toestanden en omstandigheden moet rekening gehouden kunnen worden. (M. A., blz. 37).

De vraag, of de bepaling uitsluitend betrekking moet hebben op kinderen, die zonder geleide of zwervend op den openbaren weg worden aangetroffen, blijve ter beantwoording aan liet plaatselijk bestuur. (& M. v. A.. blz. 83).

Opdat niet naar de school worden gebracht kinderen, die verlof hebben, zal het gewenscht zijn, dat het hoofd der school [in een gemeente, waar zulk een verordening bestaat] hun een verlofkaart geve. Dit zal de practijk wel invoeren, of kan in de verordening worden opgenomen en, zoo noodig. aan de openbare onderwijzers worden voorgeschreven. (2e M. v. A., t. a. p.)

Artikel 30.

De verklaringen, de lijsten en de mededeelingen, bedoeld in de artikelen 10, 18, en 19, worden ingericht naar, door den Minister, met de uitvoering van de wet tot regeling van het lager onderwijs belast, vast te stellen modellen.

Sluiten