Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ni i. at.

Ty de ma n daartegenover, kan, hoe wensclielijk ook. natuurlijk niet overal gegeven worden; liet kan worden verstrekt in grootere ot kleine centra, maar voor velen, voor zeer velen blijft liet eenvoudig onbereikbaar. Voor die allen is de herhalingsschool, naar plaatselijke behoeften ingericht en zooveel mogelijk aansluitend aan de eischen van het practisclie leven, het middel 0111 daarin eenigszins te voorzien. — Wat liet leerlingenstelsel betreft, voegde de lieer Van der Z w a a g daaraan toe, dat dit een zaak was, die buiten het wetsontwerp en het herhalingsonderwijs omging, en waarover dns thans niet gesproken behoefde te worden. — Nadat de in i n i s t e r nog geschetst had, hoe zijns inziens het herhalingsonderwijs in verband met de maatschappelijke toekomst der leerlingen worden moet, erkende de heer Kuypelde verdiensten dier schets, maar vroeg hij tevens, wat zij baat. zoolang zij niet belichaamd is in de wet. {Hand. II, blz. 1267-94.)

Krachtens art. 41» der wet op het lager onderwijs *) moet als regel op de openbare school voor ieder schoolgaand kind een schoolgeld worden geheven van ten minste 20 cent per maand. Dat artikel zal ook van toepassing zijn op het nieuwe art. 17 dier wet *, zoodat de vadei, die een kind bij het herhalingsonderwijs heeft, 20 cent per maand zal moeten betalen, al omvat dit over het gansche jaar slechts 96 uren. Gaat liet aan. zoo vroeg de lieer Kiiype r, gelijk op te laten betalen eenerzijds voor een onderwijs van slechts 96 uren, en anderzijds voor een onderwijs. dat over een geheel jaar loopt? — De minister antwoordde, dat liet bezwaar, voorzoover het een bezwaar is, niet zijn schuld was, maar die van den schoolwetgever, die de gedwongen sclioolgeldhefftng in art. 46 toepasselijk heeft gemaakt op het herhalingsonderwijs. Daarin komt dus door deze wet geen verandering. Op de bestaande gemeentelijke herhalingsscholen wordt nu reeds schoolgeld geheven overeenkomstig de regelen van art. 46. In de practijk zijn daarvan echter geen moeilijkheden ondervonden. Men vergete niet, dat in het genoemde artikel tevens is bepaald, dat de bedeelden en onvermogenden geheel moeten worden vrijgesteld, en dat van minvermogenden een lager schoolgeld wordt geheven. Bovendien kan vrijstelling van het heffen van schoolgeld worden verleend, en juist voor het herhalingsonderwijs wordt hiervan nogal eens gebruik gemaakt. — De heer de Savomiu Lohnan meende weliswaar, dat het herhalingsonderwijs als zoodanig [op de openbare school] volkomen kosteloos zal kunnen zijn, en dat daarvoor geen afzonderlijk schoolgeld gelieven zal moeten worden, omdat vermeld art. 4t> op dit nieuwe soort van onderwijs niet de minste betrekking heeft. — Doch de minister toonde zijn dwaling'aan, door hem te wijzen op op art. 44J der wet op het lager onderwijs, alwaar onder de kosten genoemd worden -de uitgaven ten behoeve van het herhalingsonderwijs , terwijl art. 46 zegt, dat ter tegemoetkoming „in de kosten, welke voor

*1 Ter tegemoetkoming in de kosten, welke voor rekening der gemeente biy ven. wordt voor ieder "schoolgaand kind. met uitzondering van bedeelden en van hen die. schoon niet bedeeld, onvermogend zijn, een schoolgeld geheven van ten minste twintig cent per maamt

„De minvermogenden worden, indien het schoolgeld voor ieder kind van dezelfde klasse geluk is, slechts voor een gedeelte aan de heffing onderworpen.

„Vrijstelling van verplichting tot het heften van schoolgeld kan aan eene gemeente door Ons worden verleend b\| een met redenen omkleed besluit, den Raad van .State getoond .

Sluiten