Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 34.

uitgesloten. Wilde men echter (waartoe de minister geen kans zag i liet artikel op dit punt nog meer concludent maken zonder de vrijheid der gemeentebesturen te veel te belemmeren, hij zou er zich niet tegen verzetten. {Hand. 11, blz. 1267, 1285 en 1294.) — Aan die uitnoodiging gaf de heer Kuyper geen gevolg; doch hij hield vol, dat b.v. kookonderwijs niet verstrekt zal mogen worden, omdat het nieuwe art. 17 beheerscht zal blijven door art. 2 der wet op het lager onderwijs met de limitatieve opsomming der vakken, welke tot dat onderwijs beliooren: waarop de minister hem tegemoet voerde, dat juist dit art. 84 onder 2°. een afwijking daarvan behelst. — Naar aanleiding van een twijfelvraag, bij het onderzoek in de afdeelingen der Eerste Kamer gedaan, schreef later nog de regeering: ten aanzien van de vakken, welke niet tot het gewoon schoolonderwijs beliooren, bevat het artikel geenerlei beperking tot die, genoemd in art. 2 der wet op het lager onderwijs. (M. v. A. 1" K.. blz. 396.)

Als kookonderwijs mag gegeven worden, hoe dan met de akte V \ an een akte voor kookonderwijs spreekt de wet niet; mag dan zoodanig onderwijs zonder akte gegeven worden'? zoo ja, breekt men dan niet met een fundamenteel beginsel der onderwijswet, dat, behoudens te vermelden uitzonderingen, geen onderwijs wordt gegeven zonder akte V (F. V. 1' A.. blz. 382.) — I)e regeering gaf het bescheid, dat de beantwoording deivraag, inhoever voor het geven van onderwijs aan de herhalingsschool in een der vakken, welke niet tot het gewoon schoolonderwijs beliooren, het bezit eener akte van bekwaamheid vereisclit wordt, in ieder voorkomend geval zal afhangen van het antwoord op deze andere vraag, of bij een onderwijswet voor dat vak een akte van bekwaamheid is ingesteld, en het bezit daarvan volgens de wet verplicht is voor het geven van onderwijs. (M. v. A. le K., t. a. p.) *)

Onder 3°.-(>°.

Deze nommers zijn in het artikel gekomen door een amendement van den heer T v d e m an, hetwelk ten slotte door den minister werd overgenomen '**). Dat amendement beoogde eenerzijds tegemoetkoming aan hetgeen de voorsteller .. plattelandsbezwaren" noemde (betrekkelijk weinig scholen, afstand van de vaak zeer verspreide woningen), en hing anderzijds nauw samen niet het later verworpen art. 35 van liet wetsontwerp, betreifend de verplichting tot het genieten van lierhalingsunderwijs. Inzóóver is hier van toepassing de aanteekening op blz. 91, dat bij de beoordeeling van sommige bepalingen van art. 34 het verband ervan met het weggevallen art. 35 niet mag worden uit het oog verloren. Ware dat verband niet in het spel geweest, waarschijnlijk

*) Zie voorts de aanteekening bjj het tweode lid van dit artikel, blz. 96 en 97.

**) Het artikel, zooals het door de regeering was voorgesteld, behelsde, in plaats van en van het tweede lid, het navolgende:

„ïo. dat het ten minste gedurende zes-en-negentig avonduren van het jaar moet worden gegeven. Een lesuur, des namiddags te 4 uur of later aanvangende, wordt geacht tot de avonduren te behooren;

„2°. dat het moet omvatten ten minste vier vakken van onderwas, waaronder ten minste twee vakken, welk^ begrepen zijn onder het gewoon schoolonderwijs".

Sluiten