is toegevoegd aan uw favorieten.

De leerplichtwet (wet van 7 juli 1900, staatsblad no. 111) en de daarbij behoorende uitvoerings-maatregelen, met aantekeningen ontleend aan de schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseling tusschen regeering en staten-generaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijzen en waarin niettemin de kantonrechter ze bewezen verklaarde. In Steenwijk komt de inwoning niet in de dagvaarding voor, maar wordt in 't algemeen gesproken van de „aansprakelijke persoon", welke terminologie geacht kan worden in zich te sluiten, dat het leerplichtig kind bij dien persoon inwoont; te Heerenveen evenzoo.

De kantonrechter te Goes overweegt

„dat zoolang het tegendeel niet blijkt mag worden aangenomen dat een minderjarig kind bij zijn vader inwoont",

een overweging, die mij met het oog op de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek alleszins juist voorkomt en den ambtenaar van het O. M. moeilijkheden zal voorkomen.

Maar niet alle kantonrechters zijn op dit punt zoo gemakkelijk. In Vianen werd b. v. een beklaagde vrijgesproken omdat

„door geen enkel wettig bewijsmiddel vaststond, dat het kind bij beklaagde inwoonde";

in Harderwijk op denzelfden grond, waarop de ambtenaar van het O. M. verder de inwoning liet bewijzen door een buitengerechtelijke bekentenis van den beklaagde.

Soms ook bleek ter terechtzitting, dat het kind bepaald niet bij beklaagde inwoonde. Voor het kantongerecht Veghel deelde een vader mede, dat hij zijn zoon had verhuurd bij een landbouwer en dat die zoon van Mei tot November (den tijd waarin de verzuimen vielen) bij dien landbouwer had ingewoond. Het O. M. had voor de inwoning volstrekt geen bewijs aangebracht, en de kantonrechter sprak dus beklaagde vry. Een dergelijk geval heeft zich o. a. voorgedaan te Winschoten en te Heerenveen. In het laatste geval had de beklaagde zelfs bij een verhoor door den veldwachter verklaard dat zij de aansprakelijke persoon was, maar ter terechtzitting bleek, dat de jongen gedurende den tijd, waarin de schoolverzuimen vielen, niet bij beklaagde had ingewoond, maar in dienst was geweest van een schipper en bij hem aan boord had vertoefd. Vrijspraak volgde natuurlijk, hoewel de kantonrechter bewezen verklaarde, dat het kind leerplichtig was.

Ik vestig op deze volkomen juiste uitspraken speciaal de aandacht, omdat zij den weg wijzen om dengene te treffen, die in zulke gevallen gewoonlijk de schuldige persoon is. Wanneer iemand, die het hard noodig heeft, zijn leerplichtig kind ergens in dienstbetrekking besteedt, is de werkgever, die het kind in strijd met de Leerplichtwet in dienst neemt, volgens mijn overtuiging veel meer strafbaar dan de vader. De werkgever nu, die het kind in huis neemt, heeft bij de huurovereenkomst de verzorging van het kind op zich genomen, is dus .krachtens overeenkomst met de verzorging belast", en valt geheel onder het bereik van art. 1 der Leerplichtwet, zoodat er gelegenheid bestaat juist den hoofdschuldige te treffen.

Geldige reden voor absoluut schoolverzuim als reden voor tijdelijk verzuim. Een paar malen beriep zich een beklaagde op een omstandigheid, die de wet in art. 7 noemt als reden voor absoluut schoolver-