Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden genoemd, maar betreffen zij de uitwerking en de détailregeling, waaromtrent gemeen overleg in menig opzicht noodig zal blijken.

Kan aangetoond worden, dat leerplicht voor Nederland noodzakelijk is, dan moet tot invoering worden besloten, zelfs al ware in dezen geen enkel land ons voorgegaan. Maar ook aan de principieele bestrijders van den voorgestelden maatregel is het niet ontgaan, dat bijna in alle min of meer beschaafde landen de leerplicht reeds burgerrecht heeft verkregen. Om de beteekenis van dat feit te verkleinen wordt getracht duidelijk te maken, dat in verscheidene van die landen zeer bijzondere omstandigheden, die in ons land niet bestaan, er toe hebben meegewerkt om aan leerplicht wettige bekrachtiging te verzekeren. „In Duitschland", zoo wordt gezegd, „heeft de schooldwang ingang gevonden door den invloed van militaire begrippen. Frankrijk en Oostenrijk gingen tot die invoering over onder den indruk der aan die landen door Duitschland toegebrachte nederlagen. Op Engeland kan men zich in deze materie niet beroepen, omdat de toestanden op schoolgebied daar geheel anders zijn dan ten onzent, bijzonderlijk omdat daar de bijzondere school regel en de openbare aanvulling is".

Ook al ware dit alles volkomen juist, dan blijft het toch een beteekenend feit, dat men niet alleen in bovengenoemde landen, maar nog in tal van andere — ondanks groot verschil in toestanden en aard der bevolking — invoering van leerplicht noodig heeft geacht. De mogelijkheid is daarom niet uitgesloten, dat in Nederland om bijzondere redenen deze maatregel noch noodig noch gewenscht is, maar ondergeteekende is op gronden, die ook in deze Memorie nog nader zullen worden ontwikkeld, vast overtuigd, dat de ervaring juist het tegendeel leert en dat practische eischen er ons toe moeten dringen, het voorbeeld van bijna alle andere volken te volgen, al zal ook de wettelijke regeling van geen der on> omringende volken slaafs kunnen worden nagevolgd maar in verband moeten worden gebracht met de hier bestaande bijzondere toestanden.

Geenszins kan echter worden toegestemd, dat men de verklaring van de voorliefde voor Staatstusschenkomst op dit gebied in Duitschland. Frankrijk en Oostenrijk alleen heeft te zoeken in invloed van militaire begrippen of geleden nederlagen. Terecht werd door vele andere leden opgemerkt, dat leerplicht met militaire begrippen niets heeft te maken. In Duitschland bestond hij reeds, voordat dit land zich tot een militairen Staat had ontwikkeld, en de vele Duitschers, die gekant zijn tegen het militairisme, zijn evenzeer met deze instelling ingenomen als de anderen, die nog altijd in ontwikkeling van het militairisme heil zien. Maar ook al kon men aantoonen, dat in Oostenrijk en Frankrijk de leerplicht niet zou zijn ingevoerd, indien men niet door de nederlagen van 1866 en 1870 van de dringende behoefte aan dien maatregel was overtuigd geworden, dan nog zouden de tegenstanders van leerplicht allerminst recht hebben zich op dat feit te beroepen, want dan zou daaruit blijken, dat men èn in Oostenrijk èn in Frankrijk tot het inzicht is gekomen, dat één van de voornaamste redenen van Duitschlands gebleken overwicht moet gezocht worden in meerdere ontwikkeling zijner burgers, onder het regime van leerplicht verkregen.

Waarom de Regeering zich niet op Engeland zou mogen beroepen, is niet duidelijk. De toestanden zijn niet dezelfde, de schoolregelingen verschillend, maar daarom wordt dan ook hier een regeling voorgedragen.

Sluiten