Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezocht 4.488.543 terwijl in de schoolregisters waren ingeschreven 5.507.039 leerlingen en er op de scholen plaats was voor 6.072.374 kinderen.

Sedert de oprichting van openbare scholen (Board Schools) in 1872 is het aantal leerlingen dier scholen voortdurend sterk toegenomen.

In 1897 werden de openbare scholen bezocht door 2 016.547 kinderen en de bijzondere scholen (voluntary schools) door 2.465.919 leerlingen.

Moeielijk is het dus vol te houden, dat tegenwoordig, wat het aantal leerlingen aangaat, in Engeland de bijzondere school regel en de openbare aanvulling is.

Ook wat de resultaten van het lager onderwijs betreft, is er in de laatste halve eeuw enorme vooruitgang te constateeren, gelijk kan blijken uit het volgende staatje :

Van de 100 echtgenooten, hebben hunne huwelijksakte geteekenrf door het plaatsen van een kruisje of eenig ander merk:

in 1843, 32.7 pCt. der mannen en 49.0 pCt. der vrouwen,

" 1853, 30.4 » » » » 43-9 » » "

# 1863, 23.8 » » » » 33-1 » 0 »

» 1873, 18.8 » » » » 25.4 » » »

» 1883, 12.6 » » » » 7.3 » » »

» 1893, 5.0 » » » » 5-7 » 9 »

En wat Duitschland betreft over de vraag, of protectie in staat is de productieve kracht der natie te verhoogen, is men ook bij onze naburen verdeeld, maar niet over de vraag, of de leerplicht, die geheel in de zeden is doorgedrongen, gunstig werkt. Heeft niet Bismarck bij herhaling verklaard, dat Duitschland aan dienstplicht en leerplicht ontzaglijk veel heeft te danken? Zijn niet, zooals ook in het Verslag wordt opgemerkt, de overwonnenen van Sedan en Sadowa tot het inzicht gekomen, dat zij om tegen Duitschland te zijn opgewassen, den leerplicht behoorden in te voeren ?

De Nederlanders aan de Duitsche grenzen weten het best uit eigen ervaring welke voordeelen de leerplicht aan onze naburen verschaft. Of beschouwt men het voor ons als een voordeel dat, terwijl de Duitsche kinderen school gaan, tal van Nederlandsche kinderen over de grenzen worden gezonden, om daar veldarbeid en nog ander zwaar werk te verrichten.

In het Voorloopig Verslag wordt voorts gewezen op het verband tusschen leerplicht en kiesrecht. Al werd daarvan in de Memorie van Toelichting geen melding gemaakt, ondergeteekende is het geheel eens met die leden, die van oordeel zijn, dat lager onderwijs voor allen 111 onzen tijd van te meer belang is, nu het kiesrecht gaandeweg meer wordt uitgebreid. Bij elk voorstel tot kiesrechtuitbreiding hoort men de klacht: De groote massa is nog niet ontwikkeld genoeg, om haar zonder gevaar hei recht te kunnen geven mee ter stembus te gaan. Men mag verwachten, dat zij, die zich daarover ongerust maken, niet zullen weigeren mee te werken tot het in het leven roepen van een toestand, waarin tot het uiten van dergelijke klacht veel minder reden zal zijn. Volkomen te recht wordt door voorstanders van het ontwerp opgemerkt, dat allen, die invloed zullen hebben te oefenen op 's lands zaken, althans zooveel kennis behooren te

Sluiten