Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusscheti was het oog op de eerste wet van den Staat toch niet vruchteloos zoo lang gevestigd. Tot hiertoe een meestal gesloten, kreeg zij allengs de plooi van een open liggend boek. Dat zij meer dan eene grens of' belemmering, dat zij een beginsel van regering moest zijn, deze overtuiging won veld. Men begon te letten op 'f geen de gewone wetgever tot verwezenlijking der Grondwet had kunnen en moeten doen. Men begon haar te erkennen voor den grond aller andere wetten, en aan verordeningen, strijdig met de Grondwet, regtskracht te betwisten. Had men haar tot dm ver aangemerkt als een zamenstel van staatkundige regelen, niet altoos zóó streng te nemen, naar de geliefde spreekwijs »voor velerhande beschouwing vatbaar;'" de d waarde eener vaste constitutionele regtskennis werd nu duidelijker gevoeld.

Bestemd om hiertoe eene bijdrage te zijn, werd de Aanteekening met eene opmerkzaamheid ontvangen, welke de tweede uitgaaf gaarne zou verdienen. De eerste liet het doorgaans bij eene Schets, de tweede is meer uitgewerkt, en in zooverre een nieuw boek. Men zal, geloof ik, weinig artikels vinden, waaraan de hand niet andermaal werd gelegd.

De eerste vellen waren afgedrukt, toen ik het

Sluiten