Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 48, 49.

is. zoo men den Raad, schoon in den regel geroepen tot oefening der koninklijke magt, er in de genoemde gevallen met voordacht van uitsloot, had men deze beperking in ons artikel wel uitdrukkelijk mogen vermelden. Te meer daar nu, in die gevallen, zelfs de voorschriften van art. 72 eerste en tweede alinea, die anders, zoolang de Koning tot dergelijke schikkingen nog zelf kon medewerken, golden, niet toepasselijk zullen zijn. Zie ook op Art. 100.

Art. 491. Hierop was noch de Schets van Hogendorp, noch de Grondwet van 1814 bedacht geweest. Dan men had een voorbeeld in de Constitutie van 1806 art. 484 . In de Commissie v. 1815 werd men, na lang aarzelen, eindelijk eens, dat het inkomen van den regent niet bij de Grondwet bepaald, en dat het ten laste van het inkomen der Kroon gebragt zou worden 3.

Hoe, wanneer de regent het, volgens art. 47, van regtswege is ?

') Art. 49. Bij de benoeming van den Regent wordt tevens bepaald de som, die op het jaar lij ksch inkomen van de Kroon zal worden genomen, voor de kosten van het Regentschap. Deze bepaling kan gedurende het Regentschap niet worden veranderd.

!) Tractaat van 24 Mei 1806 art. 5 herhaald bij de Constitutie v. 1806 art. 48 : Na aftrok van het lijftogtgoed der Koningin f250,000, zal de helft van de overblijvende inkomsten van de kroon dienen tot bekostiging van het onderhoud van het Huis van den minderjarigen Koning, terwijl de andere helft voor de kosten van het Regentschap zal bestemd zijn.

3) Zie Raepsaet, Jonrnal, 1. c. p. 69. 98. 114. 158.

Sluiten