Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor nutteloos te kunnen houden. Men onderzocht dan tweederlei niet:

Vooreerst niet, in de eigen onderstelling dat er schennis van art. 13 plaats had, de vraag: of de reden, weshalve men eene waarheid constitutioneel vestigt, hare kracht verliest, dewijl eens, ten gevolge van volksopstand, inbreuk op die waarheid wierd gemaakt?

Ten andere niet de juistheid dier onderstelling. Men vroeg niet, of zulk artikel wel bestemd ware, om den Vorst voor alle gevallen den troon volstrekt te verzekeren?

Wanneer de Engelschen zeggen: de Koning kan niet dan goed doen: strekt dit niet tot waarborg bovenal van den persoon des Konings, maar van het regt en den Staat. Het beteekent niet, al wat de Koning doet, is regt; het beteekent, waar onregt is gehandeld, handelde de Koning niet; het koninklijk individu, dat onregt pleegde, houdt op Koning te zijn. Een persoon kan de hoogste magt slechts onder de voorwaarde bezitten, dat hij regt doe.

En eene Grondwet, de persoonlijke onschendbaarheid van den Vorst instellende, zou hem, ook wanneer hij den scepter gebruikte om de Constitutie te verbrijzelen, dien waarborgen? Zij streed dan tegen zich zelve. De Vorst, die de Grondwet verscheurt of niet erkent, verliest het regt, dat hij uit de Grondwet had. Zijne onschendbaarheid is niet bestemd om eene schuilplaats te zijn van wetverkrachting. De wet weigerde, het onregt in de feiten van het bewind den Vorst ten last te leggen, tot dat zijn bestendig gedrag haar logenstrafte. Gelijk men, wanneer de berisping der gouvernementsdaden persoonlijke berisping wordt

Sluiten