Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A.RT. 55.

1798 art. 136—140, add. art. 141-144 , uitvoerig beschreven en toegelegd werden aan bet Uitvoerend Bewind. In dezelfde regten volgden daarna eeist het Staatsbewind, dan de Raadpensionaris, dan de

Koning van Holland op.

Waarom niet opperbestuur, gelijk in art. 59 en 60? Elk bestuur, in handen van den Koning, is ^

^He^ onderdeel van die opperste bestiering, dat in het aan- en afstellen van gezanten bestaat wordt ■n aldie Staatsregelingen •, gelijk in de Schets van Hogendorp art. 7 en de Grondwet v. 1814 art. 38,

met name vermeld.

De eerste volzin van ons artikel is afkom g die Schets art. 7, gewijzigd door de Grondwet van 1814 art 38s. Deze echter had de bevoegdheid tot bestuur der buitenlandsche betrekkingen voorgesteld als een gevolg van het regt van den S°uvereinen Vorst om verbonden en verdragen tesluite .

eene verbetering, dat de Grondwet v. 1815 die be-

j

ten, door het Vertegenwoordigend Lichaam bepaald. H

kaïi^dMhe te™^°^omatieke verrigtingen zijn, bij uttslui-

'•1801 »"•1805

„U,sad,r, M h.no,„„« ,n h.r.öepen van Gezanten en Consuls. g

Sluiten