Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 57.

1801 1 en 1805 2 behoorde de bekrachtiging zoo van een vredesverdrag, als van andere tractaten, aan het Vertegenwoordigend of Wetgevend Ligchaam. Intusschen werd hierop door die Staatsregelingen zelve eene uitzondering gemaakt, met opzigt tot geheime artikelen, mits die niet streden met de openbare, noch strekten tot afstand van eenig grondgeb^d van het Gemeenebest 3. De Constitutie v. 1806 art. 3o liet de bekrachtiging aan den Koning, en verordende, dat de bekrachtigde tractaten, na, met uitzond' rinp van de geheime artikelen, door den Koning aan het Wetgevend Ligchaam te zijn medegedeeld, als wetten

zouden worden afgekondigd.

Volgens de Schets van Hogendorp art. 4 moest het bekrachtigen aller tractaten hoegenaamd worden opgedragen aan den Souvereinen Vorst. En zulks deed de Grondwet v. 1814 art. 38 *, behoudens de kennisgeving — aan de Staten Generaal

linaen over Vrede, Ut maaken van Tractaaten van Vnendschav of Koophandel, en het aangaan van Alltantien met vreemde Mogendheden, voorbereiden, voordzetten en sluiten, ZT onder 'opvolgende ratificatie en bekrachtigt van het

Ft.!»« TraMen,

van vrede alliantie, neutraliteit, koophandel of andere, doch

niet dan onder opvolgende bekrachtiging van het Wetgevend

L%CArtmh Het reqt van bekrachtiging van Tractaten van „LTkm*<(. « JL,k.nd.l,

'ygSELTr. "Ts STSTT&i »•, r. si.

• Aan Hem alleen is, beiouden, A aan de Staten Generaal, opgedragen het regt, om alle bonden en verdragen te doen sluiten en te bekrachtigen.

\

Sluiten