Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 57.

Een zoo onbepaalde eisch verbood het, soms noodzakelijke, geheim, dat alle vroegere Staatsregelingen hadden geëerbiedigd. De wijziging, bij het tweede lid van art. 57 gesteld, was noodig *.

De commissie echter, op welker verslag die wijziging werd gemaakt, stelde tevens voor bij te voegen, dat geheime artikelen met de openbare niet strijdig zouden mogen zijn 2. Het is niet duidelijk, waarom, hoewel het ontwerp der commissie doorging, die bijvoeging in de Grondwet wordt gemist3.

Dan het beginsel zelf, om het aangaan van verdragen, zoo van vrede, als van alle andere, aan de Kroon onvoorwaardelijk te laten, heeft in 1815 sterkere tegenspraak ontmoet, dan zelfs het oorlogsregt.

Bij tractaten wordt het geheele Rijk, als door eene wet, verbonden of belast, kunnen zijne regten opgeofferd, kan zijn grondgebied afgestaan, ja zijne onafhankelijkheid prijs gegeven worden ; mag de Koning alléén daar meester van zijn ? Hebben radeloosheid of kleinhartigheid nooit aan de zijde der Vorsten gezeten ? Is het, in betrekking tot vreemde Mogendheden, voorzigtig, te verklaren, dat zij enkel den wil des Konings behoeven te buigen of te overwinnen ?

Dergelijke vragen bragten wel niet te weeg , dat men den regel der Grondwet v. 1814 art. 38 veranderde, maar toch, dat men er de bij het derde lid van art. 57 omschreven uitzondering op maakte.

In de Commissie van 1815 vond het gevoelen in-

') Zie boven op Art. 56. bl. 116. noot 1. :) Raepsaet, Journal, 1. c. p. 74.

3) Ibid. p. 75.

Sluiten