Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 67, 68.

van persoonlijke gunst of voorspraak, te worden gegeven. Reeds daarom is de uitoefening van dat regt anders, dan door de wetgevende magtj, hoogst beden kelijk. Daarom onderwierp de tweede alinea het gebruik , door de Kroon van art. 67 gemaakt, aan het gestadig toezigt en oordeel der Statengeneraal. Zij zouden, daar, van wege bijzondere omstandigheden , hunne goedkeuring niet vooraf had kunnen worden gevraagd, later goedkeuren. Dan het voorschrift der tweede alinea werd gedurende eene reeks van jaren

niet uitgevoerd 1.

Het artikel en de geschiedenis zijner toepassing wel overwogen, moest het niet zonder reden, ja enkel eene bron van misbruik schijnen? Ook verlangden vier Afdeelingen der Tweede Kamer in 1840 het uit de Grondwet te ligten, en het koninklijk dispensatieregt niet uit te strekken buiten de gevallen, door de wet vooraf omschreven2. Dan het bleef, zonder tegenbetoog van het gouvernement3, bij dat verlangen. Z. voorts op Art. 114.

Art. 68 \ Tot het ontvangen van dit artikel in

begrip van den wetgever, vordert. Dispenserende, erkent hij, i dat dit begrip in het bijzonder geval faalt, en er dus een nieuwe wet noodig is.

M Zie (de Geer) Anteced. p. 85.

:) Handelingen, 1. c. I p. 42. 43. 68. 84. 137. 168. 177. 205; coll. p. 109. 189.

3) Zie het antwoord, ibid. p. 227.

4) Art. 68. De Koning beslist alle geschillen, welke tus-

schen twee of meer Provinciën zouden mogen ontstaan, wanneer Hij dezelve in der minne niet kan bijleggen.

Sluiten