Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 75.

ten twijfel, dat de minister ook daarvoor, zelfs in regten, verantwoordelijk behoort te zijn. Dan het artikel spreekt enkel van eigen daden, door hem verrigt, of tot welker daarstelling of uitvoering hij zal hebben medegewerkt. Zie voorts op Art. 76 bl. 199.

Tot welker daarstelling of uitvoering: welk onderscheid is er tusschen daarstelling en uitvoering van daden?

Welke daden zijn die, waardoor de Grondwet of de wetten niet opgevolgd zijn ? Kan men er zich een begrip van vormen in onderscheiding van de daden , waardoor de Grondwet of de wetten mogten zijn

geschonden?

Of bedoelt men met daden, waardoor de wetten niet opgevolgd mogten zijn, verkeerde uitvoering of toepassing der wet ? Dan is de uitdrukking hoogst onduidelijk, en altoos niet-uitvoering er geenszins in begrepen.

De hoofdvraag echter is: van welke verantwoordelijkheid spreekt het artikel ? Van de verantwoordelijkheid der ministers in 't algemeen, of uitsluitend van hunne betrekbaarheid in regten ? Vergelijk op Art. 77. Gaat men de geschiedenis van het artikel na, dan helt men over om het eerste aan te nemen. Was bet voornamelijk de behoefte, om een minister geregtelijk te kunnen vervolgen, die het artikel in de Grondwet bragt? Hieraan kon alléén en moest worden voldaan door eene gewone wet, die, volgens art. 175, de ministeriële misdrijven omschreef. Het was, met het oog op dat artikel, onmogelijk te beweren, dat men een handvat tot zoodanige beschuldigbaarheid in de Grondwet miste. Dat, wat men

Sluiten