Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 78.

het, tegenover de Statengeneraal en den Koning gesteld, een feit; die menigte van individus, bijzondere leden van het Staatsgenootschap, die, tezamen de bevolking van Nederland uitmakende, wel als nationaal geheel buiten de Vertegenwoordiging aanzijn heeft; doch staatsregtelijke persoonseenheid eerst in en door de Vertegenwoordiging zelve erlangt.

Vertegenwoordigen9 1 Beteekent dat den wil dier menigte openbaren? Neen. Z. art. 85. 86. Heet vertegenwoordigen uit naam van het volk, als van één ligchaam, handelen, of er de regten van waarnemen ? Voor wien handelt dan de Koning ?

Men moge twisten over het woord, ja er enkel een vleijend opschrift in zien van een nieuwen vorm van aristocratie; het gronddenkbeeld der zoogenaamde vertegenwoordiging is klaar. Van de zijde der bijzondere leden van het Staatsgenootschap, door de waardigsten zoo men wil, zal worden medegeregeerd. Een zeker getal van ingezetenen wordt ten deele door de Kroon, ten deele buiten haar, gekozen om, uitsluitend afgaande op de Grondwet en eigen inzigt van het algemeene best, gezamenlijk met de Kroon de algemeene wetgeving en eenige andere regten van souvereine regeermagt te oefenen.

Het geheele nederlandsche volk: op het woord geheele rust de nadruk en voorname inhoud van het artikel. De Statengeneraal zijn geroepen om, bij de oefening hunner regten, het beste van het nederlandsche volk, »het Land," zoo als onze voorouders

^erSeljjk de ontwikkeling van het begrip in de Constitutie van Bronswijk v. 1832 § 57.

Sluiten