Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 84.

enkel kennis van het genomen ontslag eischt. De behandeling van de zaak als verzoek, gelijk de ambtenaar er een behoort in te dienen, wordt er niet door geregtvaardigd. Eenvoudige kennisgeving, zoowel aan den Koning en de Kamer uit beleefdheid, als aan de Staten der provincie uit pligt, zou juister en voldoende kunnen schijnen.

De uitvallende zijn dadelijk weder verkiesbaar: de Staatsregeling v. 1798 art. 39 stelde de aftredende leden wel andermaal, doch niet voor de decde reis, dan na een tijdverloop van driejaren, weder verkiesbaar x.

Er is voor dergelijke beperking der herkiesbaarheid, door de volgende Staatsregelingen weder afgeschaft, onder zekere omstandigheden welligt meer grond, dan men toen in 't oog had. Men vatte de vraag bij haar beginsel.

Wanneer men eischt, dat zoowel de leden van de plaatselijke en provinciale gemeentebesturen als van de Tweede Kamer, of van andere vertegenwoordigende collegien, op gezette tijden aftreden, uit welken hoofde geschiedt het?

Het is zonder twijfel mede tot controle van de wijze, waarop de bediening werd waargenomen, en om te doen blijken, of de gekozenen nog in het bezit zijn van het vertrouwen, dat hen vroeger deed kiezen. Dan het is geenszins hierom alléén. Het geschiedt

') Overeenkomstig met de fransche Constitutie v. 1795 art. 54. 55. Evenwel vorderde deze slechts een tusschentijd van twee jaren. Vergel. de Constitutie v. 1791 Tit. III Ch. I Sect. III art. 6. Zie voorts die v. 1799 art. 32, en SénatuaConsult. organ. du 18 Mai 1804 art. 78.

Sluiten