Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 114—118.

het verzoek van een particulier om vrijstelling van de wet, is in de Tweede Kamer der Statengeneraal de vraag gerezen, of zij, ten aanzien eenerdispensatie, het initiatief konden nemen 1. Eene vraag, die slechts behoefde te worden geopperd om aanstonds een be-

lijke wijze als zulks ten aanzien van des Konings voorstellen is bepaald.

Art. 116. Zoo zij het gedane voorstel goedkeurt, zendt zij hetzelve aan de Eerste Kamer, bij het volqende formulier:

"De Tweede Kamer der Staten-Generaal zendt *aan de Eerste Kamer het hierbijgaand voorstel, oen is van oordeel, dat hetzelve aan den Koning »zoude behoor en te worden aangeboden."

Art. 117. Wanneer de Eerste Kamer, na daarover op de gewone wijze geraadpleegd te hebben, het voorstel goedkeurt, zendt zij hetzelve ter bekrachtiging aan den Koning, in dezer voege:

r>De Staten-Generaal oordeelende dat het nevens»gaande voorstel tot bevordering van 's lands belan«gen zoude kunnen strekken, verzoeken eerbiediglijk «des Konings bewilliging op hetzelve."

Zij geeft daarvan kennis aan de Tweede Kamer op deze wijze:

«De Eerste Kamer der Staten-Generaal geeft ken«nis aan de Tweede Kamer, dat zij zich met haar

»voorstel van den betrekkelijk . •. •. heeft ver-

»eenigd, en hetzelve namens de Staten-Generaal »aan den Koning ter bekrachtiging heeft gezonden.

Art. 118. Ingeval van af keuring geeft zij daarvan aan de Tweede Kamer kennis in deze woorden:

»De Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft "geene genoegzame reden gevonden, om het hier «nevens teruggaande voorstel den Koning aan te «bieden."

') Stc. v. 1827, 8, 17 en 19 Maart, n°. 58, 66, 67.

3 April n°. 80. '

Sluiten