Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 126.

met name de uitkomst, hef besluit door eene wet, zijn naauwelijks in eenig land tot hiertoe zóó rond en zuiver, als in Frankrijk, ontwikkeld. De vraag is hier, of de fransche handelwijze op gronden rust, die ook bij ons toepassing vinden?

Eene begrootingwet van uitgaven is niet volstrekte vaststelling, zij is raming van de vermoedelijke behoefte. Het onderzoek der besteding leert eerst de wezenlijke behoefte kennen.

Bij de voordragt van het budget wordt waarschijnlijk gemaakt, dat men de gevraagde som noodig heeft. Bij de verantwoording der gedane uitgave kan eerst blijken, in hoeverre te regt wierd besteed.

Het bedrag van de meeste posten wordt aangevraagd en ingewilligd slechts bij onderstelling. Men neemt b. v. aan, dat de levensmiddelen of bouwstoffen eene zekere hoogte van prijs zullen hebben, of dat een zeker getal van personen wordt bezoldigd. De verantwoording bewijst eerst, of die onderstelling juist was. Er kan te veel zijn uitgegeven, al wierd uitgegeven volgens de begrooting.

Dit laatste is het gezigtspunt der Rekenkamer'. Art. 126 vraagt hare getuigenis tot bewijs, wat voor de dienst van het jaar, op welk gezag en ten gevolge van welke stellige regels, wierd ontvangen of uitgegeven. Zij »sluit," zegt het artikel, de rekening van het dienstjaar »af." Beteekent dit, dat zij die, dooide «afsluiting" ontoegankelijk maakt voor het onderzoek der wetgevende Magt? Zoodat deze zich

') Zie op Art. 200.

Sluiten