Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 127.

beginsel. Zij liet bij art. 74 de zamenstelling, naar aanleiding van deze Grondwet, over aan den Souvereinen Vorst, die uit elke provincie of landschap eene commissie moest benoemen, om hem dienaangaande te dienen van advijs. Men kon dus in elke provincie bijzondere regels van zamenstelling wachten, gelijk die ook voorheen verschilde.

Naar aanleiding van deze Grondwet: eisenliik ga zij geene aanleiding; schoon er, wanneer men de voormalige inrigtingen herdacht, en de Grondwet, volgende Hogendorp's Schets, in het Hoofdstuk van de Staten der provinciën eerst « van de edelen of ridderschappen, daarna > van de stedelijke regeringen zag handelen, over de algemeene strekking der denkbeelden weinig twijfel kon blijven. Het oude stelsel gewijzigd, dit was de meening.

Inderdaad werd bij de reglementen v. 26 August. 1814 dezelfde grond gelegd, waarop de Staten der vorige provinciën, zoo als het woord zelf zegt, schenen te rusten; onderscheiding van en keuze door standen Onder de Republiek kende men in de meeste provinciën slechts tweederlei stand met politische bevoegheid, edelen of ridderschappen en steden. Men voegde daar nu, om de provinciale Vertegenwoordiging aan te vullen, dien der landeigenaren of eigen-

') Art. 77.

A .i n o

) au, io sqq.

') Reglementen omtrent de zamenstelling van de Staten d«r provncen, Bijvoegs. tot het Stbl. 1813-14 II p 566 sao

Biidr VuTn 208ZO° 6TeD 8an^ehaald. «t. 5; vergel. Hogend.

Sluiten