Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. -127.

mei ae inngting onder de Republiek, maar inzonderheid door de reglementen v. 26 August. 1814' waarvan men ons artikel ontleende. Zij kenden alle de benoeming der leden uit de steden aan de stedelijke regeringen toe'. Is het voor twijfel vatbaar, dat de Grondwet v. 1815 het kiesregt der steden op dezelfde wijze versta? Bezigde zij de steden niet dien bepaalden zin, meende zij, dat het woord ok voor de stedelijke bevolking kon worden geno-

liinpn Z" i?' f blJ 131 en 132 heerste 'lfneld.er kleS°r*e t0t vervul,ing van den Raad, ja van de kiezerscollegien, met zorg trekt, de veel «e-

wigtiger keuze voor de provinciale Staten zonder rejel hebben gelaten? Eene ongelijkheid, die verklaarbaar wordt, zoodra men aanneemt, dat zij die keuze aan regering meende te hebben voorbehouden. En deze meening is inzonderheid ook uit het geheele verband van art. 127 tot 133 kennelijk3.

rJt S!e!fel iS de taak der welke hetkies-

nlln K T Ve moet re8elen' tot driehoofdSin .bepe[kt: ,de verklanng, welke gemeenten eden zijn; de stellige aanwijzing van het regerings-

legie, dat zal kiezen; en het voorschrift over de vormen, bij de verkiezing in acht te nemen.

*V,en anderen uitleg- indien onder de steden de stedelijke ingezetenen mogen worden verstaan, laat de Grondwet geheel in 't midden, aan wie zij, onder den naam van stand der steden, kiesregt opdraagt.

') Zie boven bl. 8 noot 3

™°' Ho"™d-

Sluiten