Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 130—132.

gen te verzekeren. Misschien zijn wij nu ook iets verder, dan men in 1813, 14 en 15 was. In allen geval zijn, wanneer de wet het kiesstelsel regeert, art. 131 en 132 nutteloos, ja ongepast en hinderlijk in de Grondwet, die enkel het hoofdbeginsel, keuze der gemeente-overheid door de burgerij of ingezetenen en geregelde aftreding, behoeft te waarborgen.

De bevoegdheden der stedelijke regeringen zullen, ondanks het uitvallen van de daartoe betrekkelijke woorden der Grondwet v. 1814 *, niet te min op denzelfden weg, als de zamenstelling, moeten worden geregeld. Het innig verband der zaak vordert, en art. 153 eerste alinea onderstelt het. Ook volgt het bij analogie uit art. 152.

Ten aanzien van het algemeen karakter dier bevoegdheden verklaart de Grondwet wel niet regtstreeks haren wil; hij kan echter uit de Grondwet worden afgeleid. Zij wil eene ware, zelfstandige gemeenteoverheid. Waartoe anders regeling door bijzondere reglementen ? Zij kwamen, wanneer in de stad enkel het Staatsbestu ur moest regeren, niet te pas. Een Raad, van wege de burgerij, gekozen, moet er zijn in alle steden. Waartoe ? Om, naar goedvinden der reglementen, een of ander bijzonder deel aan de regering der stad te hebben, zoodat de overige deelen aan andere collegien of personen, niet van wege de burgerij benoemd, kunnen zijn opgedragen? Of verstaat de Grondwet onder den Raad het hoofdcollegie der stedelijke regering, waarin al bare takken zamen-

J) Zie boven, bl. 39.

Sluiten