Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 178, 479, 480.

magt van politie over ambtenaren van het publiek ministerie, art. 408 sq.

Art. 479 h De Grondwet v. 1844 art. 108 zeide: van alle gewijsden in civiele zaken: de Staatsregelingen v. 1804 art. 94, v. 4805 art. 84, v. 4806 art. 77, daar het artikel van werd ontleend, eenvoudig: in zaken. Zoo ons artikel, voor 't overige letterlijk art. 408 der Grondwet v. 4814, niet wilde zeggen: in civiele zaken, moest het toch, als de vorige Staatsregelingen, in zaken bij gewijsden hebben gevoegd. Gewijsden die ter eerster instantie gediend hebben: drukt de meening niet uit. "Vergel. de wet v 28 April 4835 art. 912 en Wetb. op de regterl. instell. v. 4809 art. 132-434. 138. Zie ook de Schets van Hogendorp art. 47.

Art. 180 3. De Staatsregeling v. 4798 art. 279 verordende voor ieder departement een geregtshof, welks

4rt 179 jan den Hoogen Raad valt beroep van alle geu-ijsden, welke ter eerster instantie gediend hebben voor de provinciale Hoven, naar de bepalingen hiervan bij de wet te maken.

:) Vergel. met n°. 2 van dat artikel boven Art. 59 i bi. 141 ,

en op Art. 106 ibid. bl. 283.

') Art. 180. In elke provincie is een geregtshof, ten ware bij de wet een hof over meer dan eene provincie mogt worden gesteld. Bij eene voorgevallene vacature wordt door de provinciale Staten eene nominatie van drie personen, ter vervulling van dezelve, den Kontng aangeboden, ten einde daaruit de keuze te doen.

De Koning benoemt de presidenten dier hoven uit de leden, en heeft de directe aanstelling van den procureurgeneraal.

Sluiten