Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 186.

met betrekking tot alle »commune delicten," aan den gewonen regter. Hierin bestaat de groote verandering, door de Grondwet v. 1814 art. 115gemaakt, en door die v. 1815 bevestigd, dat de kennisneming van den militairen regter uitgebreid is over alle delicten, door het krijgsvolk begaan.

Eene uitbreiding, dubbel opmerkelijk, daar zij strijdt tegen juistere begrippen, reeds bij de resolutie der Groote Vergadering v. 25 Maart 1654 1 en der Staten van Holland v. 30 Sept. 1654 en 16 Mei 16682 en Gelderland v. 1 April en 18 Oct. 17153 voorgestaan in eene eeuw, toen het zamenstel der militie veel minder nationaal of burgerlijk, en zij een veel meer gesloten, afgezonderd ligchaam was, dan onze tijd en Grondwet toelaten. De commissie v. 1815 schijnt bewogen door de zwakke redenen van het verslag v. 8 April 1807, aan Koning Lodewijk gedaan 4.

') Herstelde Leeuw, p. 307.

:) «Dat alle delicten, begaan bij militaire persoonen, niet «puurlijk militair zijnde, maar choqueerende de gemeene ruste „of de borgerlijke societeit, gemeenlijk genaamt comtnunia de»licta, in haar natuure staan tot kennisse, judicatureen correctie van de ordinaris justitie, of van de civile en politiquen • Regter.'' Doch vergelijk Slingelandt, Staatk. Geschr. IV

p. 242 sqq. 273 sqq.

') Geld. PI. B. III p. 291 sq. 313. Vergelijk de L E. v. 1 Mei en 11 Sept. 1728 bij Schrassert, C. G. Z. I p.

287, 288. ,

4) in Ontwerpen van strafwetten en regtspleging voor net krijgsvolk, uitgegeven door Mr. G. W. Vreede, I p. 35 sqq. Vereel. de Voorrede p. VI sq.; het Rapport v. 13 Julij 181o en Raepsaet, 1. c. p. 120 sq. Eenige weken voor dat onze commissie in deze redenen toegaf, bekrachtigde Napoleon m zijn Acte additionnel v. 22 April 1815 art. 54: »Les dehts

Sluiten