Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 189.

louter vertaling is van den franschen tekst. In allen gevalle won het opstel er bij. Godsdienstige gezindheden, dat was ook in de Grondwet v. 1814 de meening geweest, schoon onjuist uitgedrukt. Bestaande kreeg eene gepaste omschrijving door het bijgevoegde, in het koningrijk. De uitdrukking naderde alzoo, hoewel op een omweg, meer en meer tot die van de bron, art. 4 der Staatsregeling v. 1805.

De algemeene zin is niette miskennen. Het artikel sluit niet alleen eene heerschende kerk uit, maar geeft aan alle, in het Rijk bestaande, kerkgenootschappen gelijke aanspraak op publieke bescherming.

De overheid , wetgevende magt of gouvernement, mag dus, bij het regelen of handhaven van de betrekking tot den Staat, het eene genootschap niet bevoorregten boven het andere.

Bij gevolg vervalt alle onderscheid van kerkregtelijken stand tusschen publiek en particulier kerkwezen, een onderscheid voorheen bij ons erkend, gelijk nog in vele landen, waar eene of sommige kerkvereenigingen de regten van publieke corporatien, bij privilegie van Staatswege, genieten.

Bij gevolg zijn alle kerkgenootschappen hier te lande, in den kerkregtelijken zin van het woord, particuliere genootschappen; of, zoo hun sommige regten eener publieke corporatie mogten worden gegeven, zij moeten aan alle kerkgenootschappen gelijkelijk worden toegelegd.

In het koningrijk bestaande: bestaande uit te leggen als of er enkel de, op het oogenblik van de invoering der Grondwet, bestaande gezindten mede wierden aangeduid, schijnt eene louter willekeurige

Sluiten