Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 200.

in de wet v. 4 Sept. 18401 zijn opgenomen. Wij deden daarna bij de wet v. 5 Octob. 18412 eene schrede voorwaarts. Wij zullen er nog eenige doen, eer wij onze instelling mogen vergelijken met het voorbeeld, dat de fransche wetgeving, zaamgevat bij het reglement v. 31 Mei 1838, aanbiedt.

De getuigenis der rekenkamer geeft aan het finantiebestuur zekerheid, en is de beste regtvaardiging zijner aan rekenpligtigheid onderworpen werkzaamheden, zoo het toezigt alle ontvangsten en alle uitgaven des Rijks omvat3; d. i. zoo zij in waarheid algemeene rekenkamer is. Zij is veel. indien zij, aan geen gezag dan aan de wet gehoorzaam, slechts cijfers opneemt, onderzoekt, vereffent en sluit; meer, en 't geen zij behoort te wezen, indien haar oordeel, aan het volle licht der publiciteit getogen, leidt tot beter regeling voor het vervolg. Daarom bleef de fransche wetgever niet staan bij de wet v. 27 Junij 1819, gelastende, dat de staat der verrigtingen, l'ctat des travaux, van

van algemeen bestuur op te nemen en te liquideren, mitsgaders behoorlijke rekening en verantwoording te vorderen van alle bijzondere lands comptabelen en anderen, alles achtervolgens zoodanige instructien, als bij de wet zullen worden vastgesteld.

De leden der Rekenkamer worden zoo veel mogelijk uit alle Provinciën genomen.

Bij vacature zendt de Tweede kamer van de StatenGenet aal eene nominatie van drie personen aan den Koning, welke daaruit de verkiezing doet. Handelingen ov. de herzien, d. Grondw. I p. 157 sq. 165, 174, 179 sq. 186, 194, 203, 223 sq. 250, 259, 261, II p. 245.

') Stbl. n°. 57.

=) Stbl. n°. 40.

3) Zie op Art. 126 I bl. 348 sq. De werkkring der fransche rekenkamer strekt zich ook over de koloniën uit.

Sluiten