Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ART. 201.

Art. 201 ». De Staatsregeling v. 1798 Algemeen. Begins. art. 441 vestigde een algemeenen pligt om de wapens te dragen. Wat er van dit beginsel straks, onder de volgende Staatsregeüngen, wierd, is, ten aanzien van den krijgsgeest onzer natie, eene met onverschillige getuigenis3. De Staatsregeling v. 1801 sprak al niet meer van pligt. Zij sprak, art. 17«, slechts van aanmoediging door alle gepaste middelen en wegen. De volgende Constitutien zwegen van de wapendienst geheel. In de Grondwet v. 1814 was het des te noodzakelijker, dit stuk, hier te lande nooit naar behooren ingerigt, wél te vestigen, wilde men niet bij den haat, die er aan de fransche oorlogsopschrijving werd toegedragen, en den ouden weerzin tegen militaire formatie versterkte, het we-

i\ ^ri 201. Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig s lands oude gewoonte, den geest van de pacificatie van Gent, en de grondbeginselen bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle ingezetenen

van het Rijk. . ,

:) Ieder Bataafsch Burger is verpltgt, tot dat einde (de verdediging der vrijheid en onafhankelgkheid des Bataafschen volks, art. 43,) de waapenen te dragen, en zig op de rol van Waapenvoerende Burgeren te doen inschrijven.

3) Zie over de uitwerkselen van het Decreet van het Vertegenwoordigend Ligchaam, betreffende de organisatie der burgerwapening . De Staatsomwenteling van 1795, Leydenl801,

P' 'fJleT^Bataafsche V0lk wil, dat de Burgerwapening, tot verdediging der vrijheid en handhaving der Nationale Onafhankelijkheid zoo veel mogelijk, en door alle gepaste middelen en wegen, worde aangemoedigd.

Sluiten