Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 201, 202.

zenlijk regt van den Staat op de strijdkrachten zijner burgers zien miskennen. Art. 121 1 strekte om eene algenieene krijgspligtigheid , door de fransche omwenteling het eerst in werking gebragt, ook hier, onder inroeping van oudere antecedenten, te behouden. De Grondwet v. 1815, het artikel overnemende, riep er nog den geest der Pacificatie van Gent bij, dewijl deze een verbond aller Nederlanden was geweest2.

Het artikel beperkt echter tevens den grond der algemeene krijgspligtigheid bij de handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied. In zoover, met name tot verdediging van het grondgebied, kon, ook in Engeland, van ouds ieder ingezeten worden gedwongen om soldaat te zijn. Op art. 201 rusten art. 204-209 en 211. Zij zijn gevolgen van het beginsel, in art. 201 gevestigd.

Van alle ingezetenen: Z. op Art. 204. 205 bl. 253.

Art. 202 '. Art. 122 der Grondwet v. 18144.

') Het dragen der wapenen tot handhaving der onafhankelijkheid van den Staat en de beveiliging van deszelfs grondgebied blijft, overeenkomstig 's hands oude gewoonte en het grondbeginsel bij de Unie van Utrecht aangenomen, een der eerste pligten van alle Ingezeten dezer landen.

■) Op het voorstel van Hogendorp; zie Raepsaet, 1. c. p. 125, 126.

3) Art. 202. De Koning zorgt, dat er ten allen tijde eene toereikende zee- en landmagt onderhouden worde, aangeworven uit vrijwilligers, het zij inboorlingen of vreemdelingen, om te dienen in of buiten Europa, naar de omstandigheden.

*) Constitutie van Beijeren v. 1818 Tit. IX j 2 «Der Staat »hat zu seiner Vertheidigung eine stehende Armee, welcbe «durch die allgemeine Militar-Conscription erganzt, und auch »im Frieden gehorig unterhaiten wird."

Sluiten