Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 202.

heel en al aan de onzekere kansen eener vrijwillige recrutering kon overlaten '.

Het was ontbinding der vaste landmagt. Kon men die echter afschaffen, zonder te handelen tegen art. 2022?

Eischte niet in allen geval de werkeloosheid van art. 202 wijziging der volgende?

Van de uitdrukking: de Koning zorgt, dat eiten allen tijde eene toereikende Zee- en Landmagt onderhouden worde: bedient men zich ook nu nog soms, om tegenspraak tegen eene te hoog geachte begrooting van oorlog te wederleggen. Met even veel regt zou men b. v. uit art. 194 den volstrekten pligt der kroon afleiden, om alle stoornis der godsdienstoefening of alle onwettige handeling van kerkgenootschappen te verhoeden. Het is volkomen onnoodig te betoogen, dat art. 202 niet verbindt tot aanneming der voorgedragen middelen. Men mag echter wel opmerken , dat onze begrootingen sedert jaren geheel niet meer strekken tot onderhoud van zoodanige magt, als art. 202 bedoelt; weshalve ook uit dezen hoofde niets onjuister is, dan bij verdediging dier aanvragen dit artikel in te roepen.

Vreemdelingen: heeft men aan art. 8 gedacht? De gemeene krijgsdienst is zeker geene bediening in den zin van dat artikel. Maar het officier- ja ieder bevelhebberschap3? Zal onze dienst voor vreemdelingen zeer aanlokkelijk zijn, zoo zij het niet boven den stand van gemeen soldaat kunnen brengen?

') Bijv. tot het Stbl. 1818 II p. 1018 sqq.

:) Vergel. het verslag der centrale sectie ibid. p. 1026 sq.

') Zie op Art. 8 I bl. 52.

Sluiten