Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 206 , 207.

geerd voor een tijd, die niet in veertien dagen afloopt, zoo is de Koning gehouden het binnen dien

tijd te vergaderen1.

Een vierde van het geheele getal: een vijfde wordt, volgens art. 204, jaarlijks ontslagen. De overige vier vijfde, te zamen met de nieuwe ligting, volgens art. 205 gedaan om het ontslagen vijfde te vervangen, worden bijgevolg hier het geheele getal genoemd, waarvan de Koning een vierde kan doen zamenblijven.

Welligt moest de Grondwet, bij onuitvoerbaarheid van art. 202, de bepaling van het deel, dat de Koning kan doen zamenblijven, overlaten aan de wet.

Doch bij dreigend oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden kan de geheele militie worden bijeengeroepen. Art. 207. Zeggen die woorden iets anders, of meer, dan wat zoo even het geheele getal werd genoemd? De naauwe zamenhang zegt duidelijk, neen. In de Grondwet v. 1814 maakte art. 207 met het voorgaande een zelfde artikel uit. De geheele militie, het geheele getal, eene uitdrukking, die twee regels vroeger een zeer begrensden zin had, kan niet twee regels later, in één en hetzelfde verband , eene volstrekt onbepaalde beteekenis hebben.

Ook zou niemand dit ooit hebben beweerd, had men niet gemeend. art. 207 te moeten verklaren door 't geen men afleidde uit art. 204, dat namelijk in oorlogstijd geen vijfde jaarlijks behoefde te worden ontslagen. Is men echter, aldus art. 204 nevens art. 207 schuivende, niet verder gegaan, dan gezonde uitlegging toelaat?

') Adolph. 1. c. p. 328. II Dkkl.

17

Sluiten