Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 208 , 209.

Art. 208 1, door de commissie v. 1815 overgenomen uit de wet v. 27 Febr. 1815 art. 2. Het voorschrift ligt reeds in art. 201, zoo grondgebied daar denzeifden beperkten zin, als in art. 57 laatste alinea, heeft. In de verdediging der koloniën zal dus moeten worden voorzien door vrijwilligers. De Grondwet v. 1815 onderstelde, dat het geschiedde door de vaste krijgsmagt, die zij in art. 202 verordent. Zie op Art. 209.

Art. 209 1, uit dezelfde bron in 1815 constitutioneel geworden \ Vergel. de Staatsregel, v. 1801 art. 17 4. Ook in Engeland dient de militie uitsluitend voor binnenlandsche verdediging, en kan zij niet buiten het koningrijk worden gezonden 5. Bij de onmogelijkheid om eene vaste landmagt buiten de nationale militie op te rigten, zal ook dit artikel moeten vervallen.

') Art. 208. De militie mag nimmer en in geen geval naar de koloniën worden gezonden.

-) Art. 209. De militie kan nimmer zonder bijzondere toestemming der Stateng ener aal buiten de grenzen van het rijk worden gezonden, tenzij in een oogenblikkelijk dringend gevaar, of ook wanneer bij garnizoensveranderingen de kortste marschroute over vreemden bodem loopt. In beide deze gevallen geeft de Koning van de door hem deswege gestelde orders, zoodra mogelijk, kennis aan de Stateng ener aal.

:l) Vergel. Kaepsaet, 1. c. p. 127; wet v. 27 Mei 1815, Stbl. n°. 36.

4) Geen gewapend Burger wordt immer genoodzaakt tot den dienst buiten het grondgebied van het Gemeenebest.

5) Dupin, 1. c. p. 159.; Adolph. 1. c. p. 342.

Sluiten