Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegaan. Zes uren achtereen had hij zitten schilderen, zonder te

denken aan iets anders dan aan zijn ezel...

Maar bij maitre Dorian was hij vreeselijk ontnuchterd. Die had gelachen om zijn «gesmeer.» «Mais mon ami, c est absurd! C'est ridicule.»

En zijn leermeester had hem uitgelachen.

Dat was de eerste desillusie en de eerste hoon geweest. En sedert was Mantua door elkeen uitgelachen . . . Maar hij kon niet anders meer schilderen ... Hij kón niet. . . Als hij de dineren zag, waren ze altijd in een andere kleur dan andere menschen ze zagen. Hij had zich van maitre Dorian gescheiden. «Mon ami, tu es fou!» was diens laatste woord geweest. h.n zijn leven lang had hij van alle kanten die woorden hooren

herhalen. . ,

Verbitterd was hij geworden. Moe van t reizen en trekken,

overal zich eenzaam en teruggezet gevoelend, had hij de vage hoop orehad, rust te zullen vinden in zijn geboorte-land. Uok daar waren menschen en dingen hem vreemd, voelde hij zich

uitgezonderd en afgezonderd. .... 1

Daar 't clown's leven hem walgde, was hij huis- en decoratieschilder geworden. Vrees voor hoon had hem er toe gebracht, voortaan slechts voor zichzelf te schilderen. En op een grooten zolder had hij zijn atelier gevestigd en daar hingen tegen de wanden zijn werken, zijn schilderijen, die hij niemand toonde en die hij voor zichzelf schilderde. Blauwzilveren ezels, paarse wilden, mat groene landen waarop diep zwarte silhouetten van paarden en koeien. Maar zijn meesterwerk was een vrouwsportret. Hij had die vrouw nooit gezien, maar hij was er zeker van dat zij leefde. Zij heette Sybilla en als zijn gedachtepesprekken met haar intiem werden, noemde hij haar in zichzelf Sietske. Op een doek van eenige vierkante meters oppervlakte, had hij een péristyle van transparant groen albast met roestroode aderbersten geteekend. Daar in 't midden, tusschen twee kolommen, stond strak, rechtop, een vrouw. Zij droeg een lane paarszijden kleed in losse, eenvoudige plooien afhangende over de voeten heen tot over de onderste trede. Op de linkerschouder hield een zilveren gesp het kleed vast. De rechterschouder was bloot en de geheele rechterarm. In de hand hield

Sluiten