Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handig, haar vingers konden wat haar oogen zagen. En ze was een genie. Zij was een muzikaal wonderkind. Iedereen zij het. Piano had ze spelenderwijs geleerd. '1 oen had ze de viool van Eduard eens in handen genomen. En zij had uit zichzelve 'tm korten tijd verder op de viool gebracht, dan Lduard, die al een half jaar leerde en nog zijn viool zelf niet kon stemmen.

Als David de Leeuw aan Eduard, zijn oudsten zoon dacht, kromp vaak zijn maag van zenuwpijn in elkaar. Er zat een slechte aard in dien jongen. Die aardde naar de familie van moeders kant. Dat was geen échte de Leeuw. Nu ja, een goed hart had hij wél en hij was érg op vader en moeder in de Kerkstraat. Maar hij was lui, er zat geen werkkracht in en geen levensernst. Een jongen van dertien jaar. die al op het gymnasium ging, moest niet meer tollen en hoepelen, moest niet met bloemetjes en dieren spelen. Die moest aan zijn toekomst denken. Die moest wit zien van 't werken. Dertien jaar! Dat was een leeftijd voor een jongen, 'loen hij, David de Leeuw, dertien jaar was geweest, toen hij Barmitswa gedaan had, was hij al begonnen flink brood te verdienen voor zijn ouders. Nu was hij acht en veertig jaar. En altijd zorgen gehad en voor anderen gezorgd! Toen hij tien jaar was had hij al besef gehad van zorg voor het dagelijksch brood, had hij al gekend het drukkende gevoel van de afwachting van den huisheer, wanneer de huur er niet was. Maar Eduard voelde zoo iets niet. Al waren er dagen dat hij, zijn vader, niet eten en niet slapen kon van angst en zorg, dan trok Eduard zich er niets van aan, stelde al zijn belang in een boon, die hij in een bloempot had geplant, of in een doos met rupsen op slabladeren!

En geen aanleg. Niks er in. Hij had hem piano en viool laten leeren. Hij 'betaalde de meesters met de beste kleeren uit zijn winkel. Maar 't gaf niks. De jongen moest aan 't werk geslagen worden. En op school leerde hij niks. Hij zou dit jaar zeker blijven zitten! Was 't geen straf, zoo'n oudste zoon te hebben ?

Een oudste zoon, die niet deugde voor de muziek en niet voor de studie en niet voor den handel!

Maar zoo peinsde David de Leeuw slechts in zichzelf. Tegenover de wereld sprak hij geheel anders. Hij had een schoolrapport van zijn Eduard in de zak, waarop hij, de vader, zelf

Sluiten