Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dikwerf ook niet onthouden om mee te lachen. Nathan werd dan vertrouwelijk en met zijn grooten neus dicht bij de gelaten der Jodenvrouwen, wees hij naar zijn patroon met één: „Ook al een richespónem . . . net als ik . .

Douwersma, de jongste bediende, een weggeloopen diacoon, was voor het christelijk publiek. Hij verkocht met een bijbelwoord. Hij had een kaalgeschoren kin en bovenlip, droeg twee blonde bakkebaardjes en had in zijn stem iets zalvends. Op de groote bovenzaal van 't ouderwetsche koopmanshuis, waar een kostbaar plafond, door een leerling van Lievens geschilderd, herinnerde aan zeventiende-eeuwsche koopmansweelde en vromen zin, (men zag in een gouden hemel het lam Gods, omringd door de apostelen,) stond Douwersma tusschen de standaards met slap van de beugels neerhangende jassen. En plechtig keek hij opwaarts, hief den vinger omhoog en keek weer naar zijn koopers. „Ja, ja, dit huis heeft andere tijden gekend, tijden van ware godsvrucht, van naastenliefde en lijden om der wille van 't ware geloof. Kom daar nu eens mee aan. Alles is zondig tegenwoordig. Als christelijk jongeling huivert men vaak terug voor het bederf, dat zelfs in bekende solide magazijnen is

doorgedrongen ..."

Onderwijl paste hij aan. Zag hij, dat de jas niet zeer beviel aan een moeder of zuster of vrouw, die mede gekomen waren, dan zei hij : „Het lichaam is een tempel des Heeren. Niet voor den uiterlijken schijn maar naar het innnerlijk beoordeele men

den mensch... .

Douwersma had in den winkel den bijnaam van „Den Heiland en als hij bezig was met klanten, zeiden de bedienden: „De Heiland met zijn uitgestreken smoel staat ze weer te bedonderen !"

Maar groote pret was er, als Douwersma met Mantua Fresco, den schilder, aan het debatteeren was. Want Douwersma bleef altijd den schijn van vroom christen bewaren, geloofde in zijn eigen scheinheiligheid. Dan kwam Mantua soms binnen en zeide: „Ik heb daar net den Heere Jezus ontmoet. Hij heeft mij de complimenten voor je meegegeven Douwersma.

„Mijnheer wil een pretje met mij hebben ...

„Waarachtig niet. Hij was naar beneden gekomen zei hij om te zien, wat bijna tweeduizend jaar Christendom voor uitwerking

Sluiten