Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gloirc de Dijon, hield de bloem voor zich uit aan de lange steel...»

«Kijk eens.., dacht je nu, dat dit een dood ding is?... Neen . . . een bloem is een levend déél van het leven, zoo goed als een mensch dat is . . . Dacht je, dat die weeke, rose kleur zonder gevoel in een bloem kwam? En dat een bloem, zoo zijn blaadje zou kunnen omplooien, als zij geen verstand had? En die doorn, waarmede ze je geprikt heeft, dacht je, dat ze niet wist, dat het haar wapen was ?. . . Zoo'n bloem is een voelend, denkend, redelijk wezen . . . Zooals ze daar staat is ze een vraag ... Ze is een vraag aan den lieven God, die niet bestaat, waarom zij bestaat. Ze is een verlangen naar genot en vreugde en zonlicht en liefde. Dacht je, dat zij geen genot had, als ze de bijen om 'r hoofd heen hoort gonzen? Waarachtig, dat is haar muziek . . . Zoo n roos kan hooren ... Zie je niet, dat de blaadjes zijn omgebogen alsof ze naar iets luisteren ? . . . Prolurken, die ijzerdraden in zoo'n levende bloem steken! Maar dat hoort bij hun platheid, bij hun wansmaak...

Den heelen dag werken ze in bloemen. Ze zien ze bloeien en verwelken, net als menschen, die leven en sterven... Maar begrijpen van een bloem doen ze niets . . . Handelswaar is het voor ze... Een bloem moetje lièf hebben als een natuurgenoot, als een medemensch. moet je begrijpen in zijn aard, zooals je een medemensch in zijn aard moet trachten te begrijpen . . .

Hij had langzaam naast haar gewandeld en van terzij had zij naar hem gekeken, nu hij sprak met bitterheid en kracht en nu kwam in haar óók een neiging om dat gerimpelde gelaat naar zich toe te trekken en het te kussen, op die oogen, die goede, mooie, bruine oogen, onder de bedroefde luifeltjes der oogleden en op de ernstige, mannelijke wenkbrauwen en op die gebruinde wangen ... Ze zou haar gelaat hebben willen verbergen in die baard en kussen en weenen . . .

Hij was stil geworden, keek niet naar haar, hield de roos nu

onverschillig in zijn hand ...

„Bloemen moet je los binden ... Je moest ze bij elkaar schikken, alsof je het toevallig deed. Zooveel mogelijk elke

bloem in haar aard laten ..."

's Morgens werkte Mantua aan den nieuwen winkel. Hij had de pui effen diepgroen gelakt met zwarte randen. Dat was een

Sluiten