Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezet, een man, een vrouw en vijf kinderen. De poes was onder de tafel gaan staan en had gekeken, of zij besef had van 't geen gebeurde. Dat had hem getroffen. Hij had gevraagd, wat er gebeurd was. Het was een arme schoenmaker, die geen werk kon vinden. En hij had de schuld betaald aan den huisheer en onder een hoeratje had het volk den inboedel weer

naar binnen gedragen. .

Zij had even ernstig gekeken, gepeinsd. Het was toch niet goed van hem, dat hij dadelijk het geld, dat zij met zooveel moeite geïnd had, zoo maar onmiddellijk had uitgegeven.

Hij zat wat beteuterd, erkennend dat hij ondoordacht had gehandeld, keek haar aan als een jongen, die bestraft werd.

«En toch is 't mooi van je geweest!» zei ze opeens onverwacht, trok hem naar zich toe en kuste hem met ongewonen hartstocht. «Het was toch weer net wat voor jou. Als ik niet wist, dat je tot zulke dingen in staat was, zou ik minder van

je houden ... .

«Dus was het toch niet zoo héél erg?» vroeg hij, nogongeloovig.

«Neen, 't was alleen onpraktisch. En ik zal er wel voor oppassen, dat jij geen geld meer in handen krijgt. Ik zal je voortaan je zakgeld geven, en watje noodig hebt voor je verf en je penseelen, maar méér krijg je niet... Ik zal de geldzaken regelen •••*

«Ik zal waarachtig beter oppassen!» beloofde hij gulhartig

en oprecht.

«Goed... goed, maar ik óók!» lachte ze.

Ze waren nog een maand in Amsterdam gebleven. Toen had ze drieduizend gulden geïnd. Zij bracht de overige quitantie's naar Mr. Michiel Gazan, wiens naam ze wel eens in den winkel had hooren noemen als die van een knap en eerlijk advocaat, belastte hem met de zorg voor het innen en de verdere afbetaling van de rekeningen en gi°g met Mantua naar Parijs.

Sluiten