Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij veel aan haar gedacht moest hebben Zij hield zich nu streng op een afstand, heel goed wetend, dat juist dat hem aantrok. Zij was niet zoo dom als andere winkelmamsels, die beefden van geluk als de patroon maar eens even lief tegen haar was. Integendeel, zij had leergeld betaald met Gazan. Je kondt de kerels niet slecht genoeg behandelen. Hoe méér je ze van je afstootte, des te féller werden ze op je. Mevrouw Bartels, die bemerkte hoe zij haar afstand wist te bewaren, hoe zij niet de minste aanleiding gaf, begon toenadering te toonen. Zeker, juffrouw De Leeuw was bij de hand en in de zaak was zij haar loon dubbel waard. Je kon toch dadelijk het onderscheid zien tusschen haar, de dochter van een man, die eens een groot koopman was geweest en die andere winkelmamsels, waar niets bijzat, die net als machines de klanten aanreikten wat ze vroegen. En juffrouw De Leeuw had sjiek. Ze zou haar niet graag voor de zaak verliezen. En daarbij was ze door en door fatsoenlijk. Nooit een woord méér met de mannelijke bedienden dan strikt noodig was. De coupeur had het gewaagd haar eens te vragen om een Zondagavond met haar uit te mogen gaan. Ze had hem luid-op in den winkel uitgelachen en gezegd, dat hij zijn liefjes bij zijn stand moest zoeken.

Bertels verborg zijn lust voor zijn vrouw. Maar hij was razend op Molly. Als ze 's avonds naar huis was gegaan, liep hij haar stilletjes na, zei dat hij nog een potje bier ging drinken, maar zakte af naar den winkel van De Leeuw, begon te spreken over de zaken en de magonnerie, altoos maar hopend, dat Molly nog even in den winkel zou komen, dat hij haar nog eens even kon zien.

Molly deed alsof ze van dat alles niets merkte. Zij keek hem open en leuk aan met haar mooie, vroolijke, bruine oogen, hield hem met haar blik terug. Die tegenstand maakte hem nog beluster op dat rijpe, volle, mooie jonge-vrouwenlichaam. Hij had géén oog meer voor zijn vrouw, die ouder was dan hij, omarmde haar met tegenzin, de oogen sluitend en denkend aan Molly. 's Avonds als de winkel donker was, ging hij staan achter de toonbank, op de plaats waar zij overdag stond. Hij snufte rond aan de mantels, die hij vermoeden kon, dat zij 's daags aangepast had. Zij had in een laadje een zilveren vork en een

Sluiten