Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk VI.

Hirschfeld, die aan 't sukkelen raakte met zijn gezondheid,, had ten laatste, op aandringen van De Leeuw, Halma geconsulteerd. Die stuurde hem onmiddellijk naar een specialiteit en daar vernam Hirschfeld, dat hij een leverziekte had, zéér voor zijn gezondheid moest waken en alle opwinding voorkomen. Hij kreeg een leefwijze voorgeschreven en ging naar het restaurant van Lothar Richter om zijn nood te klagen en Elly te vragen, voor hem daags de spijzen te koken, die hij mocht gebruiken. In langen tijd was hij niet bij Richter geweest, omdat in het bierhuis te veel gemengd publiek kwam en Hirschfeld, die laf van aard was, een paar keer gevaar had geloopen in een ruzie betrokken te worden, waarbij slagen gevallen waren. Maar nergens at hij zoo lekker als bij Elly en hij was er van overtuigd, dat zij alles toebereidde met zuivere ingrediënten.

Nu vooral had hij haar noodig. Hij kwam maar zelden met zijn vrouw en kinderen in aanraking, die het bovenhuis bewoonden met een aparten opgang in de Rozeboomsteeg, terwijl, hij voor zich de gelijkvloersche vertrekken van het diepe huis in beslag had genomen. Hij haatte zijn vrouw, haatte zijn ziekelijke kinderen, zag ze zoo zelden mogelijk, loerde op een gelegenheid, dat hij ergens buiten voor lagen prijs een villatje kon koopen, waar hij dan zijn heele familie naar toe zou sturen. Nu hij zelf óók ziek was geworden, was hij met bitterheid tegen het leven vervuld, haatte de wereld, haatte de menschen, zocht naar middelen om zijn wraak tegen het leven te koelen. Maar daar hij laf was, dorst hij niet openlijk voor zijn menschenhaat uit te komen, koelde zijn slechte luimen van gal-lijder op zijn ondergeschikten, die een hel op aarde hadden. Daarbij werd hij steeds gieriger, wierp zich met woede °P geldverdienen, zocht instinctmatig in 't bezit van grooten rijkdom een houvast aan 't leven. Hij zou alle winkels in de

Sluiten