Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goedkoop en zij werden door de huurders meest gebruikt als reclame-étalages, waar niet van verkocht werd, maar die alleen de aandacht van de duizenden, die s daags de Kalverstraat passeeren op de artikelen vestigden, die in het groote magazijn verkocht werden.

Hirschfeld huurde een der kastjes, maar besloot er een écht winkeltje van te maken, waarin ook verkocht werd. Dat zou immers voor een prikje een winkel méér in de Kalverstraat zijn. Hij liet het «kastje» chic betimmeren en zette er een zaakje in Zaansch zilver-kinderspeelgoed op, dat weer in den smaak begon te komen, zich uitnemend leende voor kleine geschenken, die vreemdelingen uit Holland mede wilden nemen. De ruimte van de étalage liet binnen in t kastje nog juist een halve meter plaats in de breedte en vier meter in de lengte. Hij plaatste een mahoniehouten plank schuin in t midden als toonbank, zette daarachter een Weener stoeltje en lachte toen in zichzelf: «Zoo, de gevangenis is klaar!»

Hij had in zijn winkel een juffrouw, die er nogal aardig uitzag en die een mondje Fransch en Engelsch sprak. Zij was goed voor de zaak, maar hij had toch een antipathie tegen haar, omdat zij geleek op één van de winkeldochters, die hem in de zaak, waar hij vroeger leerling was geweest, dikwerf méégetergd had. Die besloot hij, «cellulair» te gevem Hij zeide, dat hij haar verplaatste naar de nieuwe zaak in de Kalverstraat, verhoogde haar loon van vier tot zes gulden s weeks met één procent van den verkoop.

En daar zat het meisje nu, van s morgens acht uur tot 's avonds zes uur, achter de houten toonbankplank op het Weener stoeltje, met geen plaats om zich eens te bewegen. Het zaakje ging goed. De ontvangst bedroeg de eerste week reeds tachtig gulden, waarvan hij na aftrek van alle onkosten, ook voor de «gevangene,» veertig gulden winst overhield.

Dikwerf op den dag liep hij even naar de kastjes om naar zijn «gevangene» te zien, sloeg het boek op, om zich te vergewissen of zij hem niet bedroog.

De arme winkeljuffrouw kreeg na een paar maanden een onderbuikslijden. De dokter zeide, dat zij minstens eiken dag een paar uur lichaamsbeweging moest nemen. «Goed,» zeide

Sluiten