Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk VII.

In die dagen was er een nieuw Parijsch ochtendblad opgericht, dat de concurrentie met den Figaro ondernam. De directeur had een nieuwe richting in de journalistiek ingeslagen, legde zich minder op het juiste dan wel op 't actueele en het amusante toe, spoorde zijn medewerkers er toe aan, telkens opnieuw sensationeele artikelen te schrijven, die de aandacht van 't groote publiek zouden trekken. Of al later bleek, dat het nieuws onwaar of schromelijk overdreven was, deerde weinig. De hoofdzaak was, dat het Parijsche publiek eiken morgen weder een prikkelend nieuwtje vond. Den volgenden dag was 't nieuwtje al weder oud en door een andere pakkende actualiteit verdrongen.

Emil Desgranges, medewerker aan 't nieuwe «Journal» liep langs de Boulevards te slenteren, hopend dat hem een denkbeeld zou invallen voor een mooi sensatie-artikel. Hij had een half uurtje op de Place de la Republique op het terras van een café gezeten, lettend op de kazerne, hopend op het ontdekken van de een of andere onregelmatigheid, opdat hij met eenigen ophef het geval tot een belangrijke zaak voor één dag zou kunnen aanblazen. Maar de soldaten stonden vergenoegd voor de kazerne-poort to lummelen en de officieren, die binnengingen, waren tevreden met hun eventjes aanslaan.

Daarna was hij opgestaan en had den grooten Boulevard langs geslenterd. Voor de uitstallingen der boekwinkels bleef hij kijken, las de titels der noviteiten, keek een enkel boek even in, maar hij vond geen onderwerp voor een sensatie artikel. Hij begon mistroostig te worden, vond Parijs leeg en vervelend, ontwierp voortslenterend tusschen de menigte, sensatie-artikels, die hij, vóór hij ze in zijn hoofd had geëindigd, al weer als ongeschikt ol belachelijk verwierp.

Hij zou wat schrijven over het wederzijdsch gescheld der

Sluiten