Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een nieuw, groot artikel verscheen. Ditmaal werden alle illustraties er bijgevoegd. Een portret van de prinses en een van de vermeende prinses werden naast elkaar afgedrukt om de „vergissing" van Desgranges te verontschuldigen. Maar Desgranges vond de geschikte uitdrukking voor de „vermeende prinses." Hij betitelde zijn artikel: „La princesse ... Jolie-Mine."

Iedereen lachte. Parijs was gewonnen. Desgranges kwam tot een eerlijke bekentenis. Vertelde, hoe hij tot de ,,vergissing" gekomen was. Noemde het Grand-Hótel. De photograaf verklaarde onder eede, dat de photografiën naar de natuur waren genomen, dat de giften aan de slapende armen, het ruikertje op Heines graf, de bewondering voor de colonne Vendóme werkelijk naar het leven gekiekt waren.

Nu eerst werden ook Mantua en Treesje, die geen couranten lazen, door Desgranges zelf er op de hoogte van gebracht, dat zij, terwijl zij meenden vergeten in het vrije Parijs naar hartelust en stemming te leven, nauwkeuriger waren bespied dan in het kleinste Nederlandsche stadje.

Mantua was bedroefd door dat publiek rumoer om hen heen. Hij ging met Treesje naar het bureau van de courant om zich te beklagen. Maar de directeur en Desgranges, dankbaar wegens het énorme succes van hun sensationeele ontdekkingen, de twee vreemdelingen waarachtig toegenegen, omdat zij in hun hart, hoe ook zelve cynisch als groote-stadsbewoners, iets liefelijks vonden in de milddadigheid van Treesje, spraken hoffelijk en kalm met den schilder en Treesje, informeerden naar hun werkelijk doel te Parijs en de directeur kwam 's middags met een beroemd kunstcriticus op bezoek bij Mantua, beschouwde diens schetsen en de kunstcriticus, het mooie van Mantua's arbeid ziende, voelend het voordeel en de reputatie, die er voor hen en voor de courant in gelegen zou zijn, Mantua te lanceeren, schreef een krachtig, ernstig artikel over de kunst van Mantua Fresco, den beroemden Hollandschen schilder, die een zijner collega's op zoo geestige wijze bij het Parijsche publiek had ingeleid.

In deze groote steden behoeft slechts de aandacht van het publiek op iemand gevestigd te worden om zijn werk met één slag, van hooge waarde te maken. Het groote publiek, dat

Sluiten