Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altoos nog hoopte, dat vader en moeder zich met haar mar» zouden verzoenen.

Vlissingen sprak met niemand over de brieven. De namen van Treesje en Mantua werden in zijn huis niet genoemd, sedert zij op dien middag zoo plotseling weg was gegaan. Zijn vrouw had wel eens een enkele maal gezegd, dat Treesje toch nooit een slecht kind was geweest, «dat alles alléén» de schuld van. «dien ouden Jood» was. Vroeger was zij weinig kerks geweest, maar sedert het «groote ongeluk» was zij weer zéér vroom geworden, voedde ook de andere kinderen streng in de leer op, Treesjes afdwaling wijtend aan het verwaarloozen van haar godsdienstige vorming. Vlissingen, weinig devoot van aanleg, liet haar begaan, wilde zelf den last van het bidden en kerkloopen niet hebben, maar vond het in zijn hart wel goed, dat zijn vrouw meteen voor hem mee bad, wat toch in elk gevaL geen kwaad kon. En zij. het afgetobde moedertje, lag uren geknield voor een crucifix, biddend voor den inkeer van haar dochter, offerde véél spaargeld aan liefdadige werken. Maarzij vertelde haar man nooit, dat zij voor het heil van Treesje bad, sprak nooit anders over «die weggeloopen meid» dan in kijftoon.

De Leeuw was in al dien tijd niet meer bij Vlissingen op bezoek geweest. Hij vond het niet al te onaangenaam. Wèl kon hij nu niet meer bij Pannekó leenen, maar hij bespaarde zich de vernedering te erkennen, dat zijn Molly ondergeschikte was geworden, dat hij zijn grooten winkel met schade had moeten verlaten, dat nu ook zijn kleinere winkel weer achteruitging.

Op een dag echter had hij in het Handelsblad boven een Parijsche correspondentie met dikke letters den naam «Mantua. Fresco» als opschrift gelezeu. En in het artikel stond de levensgeschiedenis van den Nederlandschen schilder, die te Parijs het hoofd van een nieuwe schilderschool was geworden en wiensportret van de echtgenoote van den minister van koloniën de algemeene aandacht had getrokken, de clou van den salon was. Er werd in verhaald, dat de groote schilder een veelbewogen, romantische jeugd had gehad. Hij was clown en dierentemmer geweest, had jaren lang in Amsterdam als eenvoudig huisschilder moeilijk de kost verdiend en was, na een verliefd avontuur met een jonge Nederlandsche, naar Frankrijk gevlucht.

Sluiten