Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zekere plaats en hij is er öp en laat mij wachten . . . Ben je klaar!" roep ik... „Een oogenblik-kie", zegt-ie.

tik wacht en ik wacht en ik denk, ik zink door de grond

van de pijn in me lijf...»

«Kom je nou, roep ik, of kom je niet. Ik hou het niet

"langer uit...»

«Ik kom! zegt-ie en hoor ik 'm een krant frommelen.»

«Lees jij de krant thuis!» roep ik, «en niet op't huissie" en ik trek met geweld de deur open, dat 't haakkie er af springt.

Heb ik mijn oogen niet vertrouwd, wat ik zag. Is mij opeens, zoo noodig als ik moest, alle kramp vergaan van de zenuwen . . . Stond-ie daar geregeld en werkte drie nieuwe vesten onder zijn vest om ze uit huis te dragen . . . Herinnert-u 't zich nog . . ."

„Zeker", zei Molly glimlachend, graag hoorend naar dat goedevvertrouwelijke dialect van Nathan, die met haar was opgegroeid.

„Daarom zeg ik, mevrouwtje, controle is goed en in zoon groote zaak als u nu krijgt, mag men oogen hebben van voren en oogen van achteren en oogen ik-weet niet-waar. As-u wil, zal ik wel is in de nieuwe zaak komen rondkijken, kwansuis ziet u, om te zien of er ook zijn, die u begappen . . . U weet. . . op Nathan kan u vertrouwen .. . Tien jaren ben ik bij uw vader als een eigen kind in huis geweest. . . Daarom zeg ik, als de nieuwe groote zaak klaar is, zal ik ze contróleeren, dat ze u geen touwtje wegnemen of u zult het weten."

Zoo was hij weggegaan en sedert deze klacht, had Molly werkelijk gezegd, dat men Nathan Souget niet behoefde na gaan, omdat die eerlijk als goud was.

Onmiddellijk zette Nathan een hoogen zijden hoed op zijn hoofd! 's Morgens om half acht zette hij den hoed op. 's Avonds om elf uur, als de winkel op de Nieuwmarkt gesloten werd, zette hij hem af. „De menschen motten toch zien an een onderscheiïngsteeken, wie de patroon is en wie niet!" meende hij. Maar de ongekende vrijheid verleidde hem tot nog méér exèssen. Hij werd lid van een weldadigheids-vereeniging, bracht het door zijn ijver voor die zaak spoedig tot penningmeester. Hij hield elke week bestuursvergaderingen, zat met een diepzinnig gelaat achter een met een groen laken bedekte tafelen voerde het hoogste woord. Hij kreeg ruzie met den voorzitter,

Sluiten