Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Jawel, hij liep daar nu wel heel parmantig, maar niemand zag m aan, wat m boven zijn hoofd zweefde. Goed, hij zou komme met zijn blom en zeggen tegen de aanstaande mevrouw Bertels, dat hij op haar geluk hoopte en dat hij zich wéér voor ceremonie-meester aanbeval, en dat-ie er voor zorgen kon, dat Orelio zelf op de bruiloft zou komen om te zingen. Maar als ze nu eens niks voor 'm wou doen ? Of als Hirschfeld ditmaal niet naar haar luisterde ?

Hij zag in gedachten weer de staalblauwe, félle oogen van Hirschfeld, hoorde diens koude stem: «Ik wacht u morgen vroeg op 't kantoor.»

«Morgen vroeg!» had-ie gezegd. En 't was nu al laat. . . en hij durfde niet naar zijn patroon gaan vóór hij op de receptie was geweest. Misschien was Hirschfeld nu al op weg naar den winkel op de Nieuwmarkt, had daar al een ander in de zaak geplaatst, God weet, misschien den boekhouder, die, sedert hij m niet meer met jenever voerde en 'm eenmaal gezegd had, dat-ie voortaan niet meer wenschte nagegaan te worden, maar dat hij, Nathan, voortaan anderen naging, zijn doodsvijand was geworden!

Zijn moeder zou uit het huis gezet worden. Zijn boeltje kon nu al op straat staan. En wat zouden ze zijn meubeltjes bij t uit het huis dragen ruw behandelen, als hij er zelf niet bij was. Ze kenden geen medelijden.

Die twee nieuwe schilderijen, A. C. Wertheim en Montefiore, zouden ze zoo met de glimmende zwarte lijsten expres in de goot zetten.

Zóó waren ze. Zijn moeder was een oud mensch, die door dat kajes in de maling zou genomen worden.

Hij liep nu weer in zijn angst, gedrukt door zijn droefgeestige verbeelding, gebogen, hield zijn ruiker witte violieren slap naar beneden, liet ze langs zijn dij afhangen.

Hij moest zich op 't ergste voorbereiden. Wat zou hij moeten beginnen, als hij ontslagen werd ! Hij had wel een paar honderd gulden op de spaarbank staan, en een gouden horloge, een gouden ketting, een gouden ring met een juweeltje en een paar antieke Delftsche borden, die hij voor een prikje had gekocht en die minstens een tientje 't stuk waard waren. Maar als hij

Sluiten