Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Waar is mevrouwtje?»

Hij liep de trap op, hoorde boven al het rumoer der stemmen, drukte de aan staande deur open.

Het was vol in de kamer. Bertels stond naast Molly, vóór de stoelen en met den rug naar hem toe stond Doorman, die hun aan 't feliciteeren was. En Hirschfeld was er ook bij en nam juist een confituurtje uit een mandje, dat de kleine Lucie hem voorhield. De Leeuw was in druk gesprek met Vlissingen en juffrouw Vlissingen sprak met Stijntje.

Eduard die de gasten 't éérst verwelkomde, bemerkte Nathan dadelijk.

«Dag mijnheer Souget,» zeide hij deftig, «dat is vriendelijk van u, dat u ook komt.»

Hij leidde Nathan, die een beetje confuus was door de aanwezigheid van Hirschfeld en Doorman, naar de twee verloofden.

Doorman lette nog altijd niet op den nieuwen gast. Hij had Molly's hand losgelaten en opeens zijn stem verheffend, begon

hij een gelegenheidsgedicht te reciteeren:

Gij ongerepte bruid, zoo edel van gemoed.

En fiere bruidegom, den 't harte wel woudt schenken, Vergun mij dat ik hier, uw beider jeugd gedenke, Nu 't schip is aangeland, ondanks der stormen woed.

Het was stil in de kamer geworden. Allen luisterden naar Doorman, die met breede zwaaien van zijn arm, zijn zinnen zwaar-dreunend galmde:

«Wel fiere bruid, mag u, de kuische boezem zwellen, Nu 't doelwit van uw wensch, gij hier u ziet bereid, In d'eed'len bruidegom, vol onafhanklijkheid,

Die voortaan uwe hulk, als loods gaat vergezellen.

Neem aan mijn hartewensch, geluk zij steeds uw deel, En dat er bloem op bloem, uit uwe echtkoets teel'»

«Dank u, dank u hartelijk, mijnheer Doorman!» zeide Molly, den apotheker de hand reikend.

«Dank u, dank u, 't was prachtig!» erkende ook Bertels, hem daarna evens krachtig de hand schuddend.

Sluiten