Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Het doet mij zoo'n waarachtig genot, u vereend te zien!» antwoordde de apotheker.

«Zie je, vriend De Leeuw,» zei hij, zich nu tot De Leeuw richtend, „er zijn er veel, die verlichting met den mond prediken, maar die, als 't op de daad aan komt, bekrompen zijn als Vargas. Maar hier is een daad. De Israëlietische zich parend met den Christen, de Semietische met den Germaan, zullen het geslacht brengen, dat, veredeld door teeltkeus, zal staan boven enghartig dogma en geloof, dat slechts vooroordeel is.

„Zooals de groote Nazarener zelf eens gezegd heeft: Predikt het evangelie aan alle creaturen, zoo zeg ik, dat de zuurdeesem der verdraagzaamheid de kiem zij, waaruit het grootsche gebouw der Humaniteit worde opgetrokken."

De Leeuw, getroffen op dezen dag, waarop elk plechtig woord hem een sensatie van voorname wijding gaf, reikte Doorman de hand.

„Dank je broeder . . . dank je . . . En tot juffrouw Vlissingen :

„Ja, ja, juffrouw. Hier mijnheer Doorman kent nog wat meer dan potjeslatijn alleen. Dat is een geleerde en een dichter, een groot redenaar en een groot recitator. . ."

Nathan Souget gaf Molly zijn ruiker violieren.

„Mevrouwtje, alhoewel ik niet bin uitgenoodigd, heb ik mij toch de eer niet laten nemen om u mijn gelukwenschen an te bieden."

„Dank je wel, Nathan, dank je wel! zeide Molly, hem de hand reikend en hem met lachen in de goudbruine, vroolijke oogen aanziende.

„En mijnheer Bertels, ik ken 't wel niet in hoogdravendste gedichten zeggen, maar ik méén het hoor, u krijgt een vrouw, uit honderdduizend. Als hier mevrouwtje tegen me zou zeogen; Nathan, ga in je hemd op de Dam staan te zingen, dan zou ik het doen . .

„Maar jij hoort toch ook liever zelf Orelio zingen," plaagde Molly.

„Bij 't geluk van üw huwelijk, mevrouwtje, dat u de gouwe bruiloft mag beleven met mijnheer Bertels, as ik het niet alleen gedaan heb om u te pleizieren. Orelio heit me nü al beloofd, ;me zijn hand erop gegeven, dat-ie op üw bruiloft komt

Sluiten